free book ebook online reading
eBook Title
Een Heldin
Author Language Character Set
A.C. Kuiper Dutch ISO-8859-1


You are here --- [ Home / Author Index K / A.C. Kuiper / Een Heldin / Page #11 ]

geheele leven verder te mogen slapen ... al maar slapen!
Maar men liet haar geen rust. Opeens flikkerde er hel licht in de kamer;
zij schrikte ervan. "Doet het pijn aan de oogen?" zei een zachte stem.
"Wacht eens." Er werd een schermpje voor het licht gehangen, maar Hedwig
was er niet mee tevreden. Waarom stoorde men haar toch? Zij wou veel
liever niet wakker wezen! En zij zuchtte lang en diep.

"Ik geloof dat ik niet heel welkom ben," zei dezelfde stem van zooeven
en het frissche gezicht van een jonge pleegzuster boog zich over haar
heen.

Nu kwam er een glimlach op Hedwig's gezicht en haar stemming
veranderde. "Juist wel," zei ze met iets van haar oude opgewektheid.

"Zoo? Dat klinkt bemoedigend. Drink dit dan nu eens vlug op," en de
zuster hield haar een glas melk met ei voor.

Hedwig gehoorzaamde, maar toen zij haar hoofd weer op het kussen legde,
kreunde zij van de pijn; toch vloog zij plotseling weer overeind. "Ik
moet nog aan mijn moeder schrijven," riep zij gejaagd, "het had al lang
moeten gebeuren en ik heb maar geslapen den geheelen dag door! En ... en
hoe kan ik hier nu toch eigenlijk blijven? Dat _gaat_ immers niet, want
wat moet dat allemaal wel kosten! O, het is vreeselijk!"

"Misschien wordt het wat minder vreeselijk, als ik u mededeel dat wij
van onze patienten geen betaling eischen, omdat onze inrichting
voornamelijk wordt gesteund door giften van menschen, die veel en graag
geven--èn als ik u zeg dat er aan uwe moeder al bericht is gezonden."

"Al bericht gezonden?" stamelde Hedwig verbijsterd, terwijl zij weer
liggen ging.

"Ja zeker, Dr. Hearty is een poos geleden al bij uw bed geweest. Men had
haar vanuit het _home_ ook uw adres in Duitschland gestuurd en toen zij
u zoo rustig slapend vond, heeft zij voorloopig in uw plaats aan uw
moeder geschreven."

Hedwig haalde verruimd adem. "Miss Hearty is een engel!" zei ze met
warmte.

"Dr. Hearty is iemand, die altijd om anderen denkt," zei de pleegzuster
glimlachend. "Dat weten wij hier zóó goed! Zij heeft meer zieken hier in
het huis en ze komt van avond ook nog even bij u kijken."

"Ik zal wel oppassen dat ik dan niet weer slaap," zei Hedwig, die,
niettegenstaande haar hoofdpijn, opeens zeer spraakzaam geworden was.
Zij had nu een hooge kleur en hare oogen schitterden. "Ik heb Dr. Hearty
een heeleboel te vragen."

"Dan zou ik nu toch eerst nog wat gaan rusten," zei de pleegzuster. "Ik
kom straks nog wel eens bij u."

"Dat is gezellig en ... ik zou zoo graag uw naam weten."

"Ik ben zuster Kate. Onthoud het maar goed, want ik ga geregeld voor u
zorgen."

"Pas dan maar op," zei Hedwig plagend. "Ik ben bepaald een heel lastige
patiënt."

"Daar geloof ik niets van, maar nu moet mijn patiënt niet meer zoo druk
praten," zei zuster Kate beslist. "Anders is Dr. Hearty ontevreden, als
zij straks komt."

"Ik zal niets meer zeggen, maar ik blijf wakker, want ik wil Miss Hearty
beslist spreken."

Tot eenig antwoord legde zuster Kate haar wat terecht, dekte haar nog
eens toe en verdween.

Met hare oogen zoo wijd mogelijk open bleef Hedwig nu "echt goed wakker"
liggen. Haar hoofd klopte en de pijn was heviger nog dan zooeven; zij
drukte hare handen stijf tegen de slapen, dat gaf wat verlichting. Ze
wou nu eens goed bedenken wat zij alles aan Dr. Hearty te vragen had,
het was echter alsof zij niet geregeld denken kon en zij vond het nu
opeens ook niets rustig meer om zich heen. Wat hoorde zij de zusters
duidelijk door de gangen loopen en samen fluisteren! Daar lachte er een!
Wat kon er nu toch te lachen zijn? Zij moest het weten, _waarom_ lachte
die zuster? Nu bedaarde het gepraat weer. Daar werd luid gescheld. Wat
klonk dat hard! Alweer een bel! Ze zou haar deur maar dicht doen, dan
hoorde zij alles niet zoo lastig duidelijk.

Toen zij echter op wou staan om de deur te sluiten, kwam de
duizeligheid weer over haar en zij moest wel blijven liggen, ten prooi
nu ook aan een martelend gevoel van eenzaamheid, dat haar drukte meer
haast nog dan de erge hoofdpijn. Als zij nu toch eens heel, heel ziek
werd en ze werd niet weer beter en als haar moeder en Clärchen dan
bericht kregen dat zij heengegaan was--wat zouden die dan bedroefd
wezen! En zij was nog zoo jong, ze wou zóó graag blijven leven en flink
werken ... och, waarom was alles nu ook zoo gegaan, waarom....

Doch opeens een duw aan het kussen gevend dat het dreunde in haar arm
hoofd, zei ze hardop:

"Hedwig Eiche, je moest je schamen!"

"Zoo, liggen wij zoowaar in ons eentje te babbelen in bed?" klonk
terstond daarop de stem van Miss Hearty, die juist om het schut heen
kwam kijken. "Ben je soms bezig verzen te reciteeren, meisje? Dat zou ik
toch maar voor later bewaren!"

De prettige toon en het vertrouwelijke "meisje" stemden Hedwig dadelijk
opgewekter. "Hoe heerlijk dat u komt!" zei ze.

"Waarom?"

"Omdat ik zoo erg alleen was!"

"Zóó...." En Dr. Hearty keek zuster Kate aan, die met haar binnen
gekomen was.

"Neen, zuster Kate is heel vriendelijk voor me," zei Hedwig snel, "maar
och, ik weet niet hoe ik het zeggen moet, ik voel me zóó eenzaam! Ik
geloof dat het komt omdat ik hier nu zoo lui lig niets te doen! Ik wou
zoo erg graag heel gauw weer beter wezen en weer aan het werk en aan het
verdienen gaan. Als ik nu maar eerst een goede betrekking had, als ik
daar maar zeker van kon wezen, dan zou alles zooveel gemakkelijker
zijn."

"Wil je me beloven niet over werken te spreken en er zelfs niet aan te
_denken_, voordat je geheel en al beter bent?"

"Ik wil het wel probeeren."

"Goed, dan begin je nu dadelijk met kalm te gaan slapen en iederen dag
precies te doen wat zuster Kate je beveelt."

"Ja, maar dàt mag ik toch nog wel even vragen, dokter. Lang zal ik toch
zeker niet ziek zijn, wel?"

"Dat hangt er heelemaal van af of je zelf medewerkt tot je herstel."

"O. Dan wou ik u alleen nog zeggen hoe blij ik ben dat u me hierheen
hebt laten gaan en ... dat ik mij niet ongerust behoef te maken over al
de onkosten...."

Zij had het laatste zoo fluisterend gezegd dat Dr. Hearty zich tot haar
over moest buigen om haar goed te verstaan.

"Je behoeft je over niets ook maar in het minst ongerust te maken," zei
ze beslist. "En morgen mag er wel eens een woordje aan je moeder
geschreven worden."

"Door mij?"

"Ja."

"Dank u wel, dank u wel." En Hedwig ging gehoorzaam weer slapen met het
vaste voornemen, alle gedachten aan werken en nieuwe betrekkingen
voorloopig met kracht te onderdrukken en ter dege te doen wat zij zelf
maar kon ter bevordering van haar herstel.

En zij deed haar best, iederen dag en ieder uur op nieuw, hoewel het
niet gemakkelijk was, omdat het herstel heel langzaam kwam en het soms
scheen--niettegenstaande al het rusten en al de versterkende
middelen--alsof eigenlijk nooit de tijd terug zou komen, waarin zij
krachtig en gezond zou wezen als vroeger. En al schertste zij dikwijls
vroolijk met zuster Kate en al maakte zij gewoonlijk den indruk van een
echt moedige, opgeruimde patiënte, toch kon zij zeer bezwaard van hart
wezen en Dr. Hearty, die meestal slechts tijd had voor een haastig
bezoekje, zag toch duidelijk hoe de zaken stonden en buiten de kamer
schudde zij het hoofd en zei tot zuster Kate:

"Zij doet haar best, flink doet zij haar best, maar wij zijn er nog
niet...."

Door alles heen had Hedwig den moed telkens een paar opgewekte woorden
aan haar moeder te zenden, dikwijls herhalend dat zij toch vooral niet
bezorgd omtrent haar zijn moest en dat alles zeker spoedig beter zou
gaan. Zij schreef ook over een landgenootje, een klein Duitsch meisje,
dat in een kamer lag tegenover de hare en een operatie had ondergaan.
Het kind had veel pijn en zou lang moeten liggen, had zuster Kate haar
verteld, maar zij hield zich kloek, slechts een enkel maal hoorde Hedwig
haar pijnlijk kreunen. De moeder had verlof gekregen nacht en dag in het
ziekenhuis te wezen; soms kon Hedwig haar het kleine meisje heel zacht
in slaap hooren zingen.

Zoo gingen de dagen voorbij en veel te langzaam kwam, naar Hedwig's
meening, de beterschap. Na een bijna slapeloozen nacht, voelde zij zich
op zekeren ochtend nauwelijks in staat te strijden tegen de
moedeloosheid, die haar bitter vragen deed, hoe lang deze toestand nu
eigenlijk nog wel zou moeten duren--maar ze gaf toch niet toe, ze wou
niet tobben, ze woù vol hoop en moed blijven en ze wilde ook doen wat
Dr. Hearty haar "duren plicht" noemde: heel bedaard rusten, echt
_uit_rusten!

Zij bleef stil in dezelfde houding liggen en hare stemming begon iets
kalmer te worden, toen zij opeens opgeschrikt werd door het geluid van
een scherpen kreet van pijn vanuit de kamer aan den overkant der gang.
De kreet werd gevolgd door hevig gesnik en een smeekend geroep van
"moeder! moeder!" Daarop klonk teeder de stem der moeder: "Ja, mijn
kind," toen was het even heel stil. Doch spoedig vroeg het kleine meisje
weer: "Zing wat voor me, moedertje, zing wat!" En zacht, maar duidelijk
verstaanbaar voor Hedwig, zong de welluidende vrouwenstem:

So nimm denn meine Hände
Und führe mich
Bis an mein selig Ende
Und ewiglich!
Ich mag allein nicht gehen,
Nicht einen Schritt,
Wo Du wirst gehn und stehen,
Da nimm mich mit!

In Dein Erbarmen hülle
Mein schwaches Herz,
Und mach' es gänzlich stille
In Freud' und Schmerz;
Kann ich auch nicht verstehen
Wie Du mich führst,
Will fröhlich weiter gehen,
Weil Du regierst.

Wenn ich auch gar nichts fühle
Von Deiner Macht,
Du führst mich doch zum Ziele
Auch durch die Nacht.
Lasz ruhn zu Deinen Füszen
Dein schwaches Kind,
Ich will die Augen schlieszen
Und folgen blind.[14]

Toen de stem zweeg, bleef alles stil. De kleine lijderes was zeker
onder het zingen in slaap gevallen.

Hedwig verroerde zich niet. Met haar geheele hart had zij geluisterd.
Zij vond het een genot in haar eigen taal te hooren zingen en zij kende
de woorden en de melodie en had het lied zelf wel gezongen, toen zij een
kind was,--was het daarom alleen dat het haar zoo ontroerde?

Zij wist dat zij tot in hare ziel getroffen was door het echt vrome,
kinderlijke geloof, dat uit de eenvoudige woorden sprak, zij wist dat
ook haar eigen vertrouwen in Gods zorgende liefde er door versterkt werd
en opgewekt herhaalde zij zacht bij zichzelf:

"Kann ich auch nicht verstehen
Wie Du mich führst,
Will fröhlich weiter gehen,
Weil Du regierst."
...

Zij sliep dien nacht rustig en werd voor 't eerst in vele, vele dagen
verkwikt wakker. Zuster Kate keek verheugd over den opgewekten toon,
waarmee zij haar goeden morgen zeide en Hedwig was blij, toen zij hoorde
dat ook het patientje aan den overkant een goeden nacht had gehad. Zij
was ook blij dat het Zondag was. Dan werden om twee uur de deuren der
ziekenkamers wijd open gezet, opdat de patiënten het orgelspel en het
gezang der zusters zouden kunnen hooren, die in het zusterhuis hare
middag-godsdienstoefening hielden. Tot nu toe was Hedwig te afgemat
geweest om er werkelijk van onder den indruk te komen, maar vandaag was
dit anders en stemde de plechtigheid haar blijmoedig ernstig, haast
alsof zij er zelf aan deelgenomen had. "Ik ben toch in zoo'n echte
Zondagsstemming," zei ze later tot zuster Kate, "ik ga nu eens een heel
vroolijken brief aan mijn moeder schrijven."

Maar de "heel vroolijke brief" matte haar nog wel af en 's avonds viel
het haar weer moeielijker opgewekt te zijn. Ze lag met de oogen dicht en
beproefde zooveel mogelijk aan "prettige dingen" te denken, het was
echter of de "prettige dingen" heden niet komen wilden! Ze zuchtte
ongeduldig,--toen voelde zij een koele hand op haar voorhoofd. Verbaasd
keek zij op en: "O dokter, hoe heerlijk!" riep zij uit.

"Zoo, dat klinkt al heel hartelijk," zei Miss Hearty lachend. "Hoe gaat
het?"

"_Veel_ beter nu ik u zie!"

Dr. Hearty ging naast het bed zitten, bevoelde Hedwig's pols en zei:

"Wij gaan bepaald vooruit."

"Gelukkig!" riep Hedwig op een toon van verlichting. "Ik wist het ook
eigenlijk wel. En wanneer mag ik nu eens op zitten en eens uitgaan
en--weer beginnen te werken? Ik word wezenlijk bepaald slecht van het
niets doen!"

"Ik zou het maar wat kalm aanleggen."

"Kalm aanleggen? Maar dokter, weet u wel dat het hoog, hoog tijd is dat
ik weer flink aan het verdienen ga?"

"Is dat nu werkelijk zóó noodig?"

"Ja _zeker_," en Hedwig knikte driftig, verontwaardigd dat Miss Hearty
het belang der zaak zoo weinig scheen te begrijpen.

"Vertel mij eens bedaard waarom dat zoo noodig is."

En Hedwig vertelde alles. Door de warme sympathie, waarmee naar haar
geluisterd werd, aangemoedigd, vertelde zij zonder den minsten ophef,
hoe en waarom zij op haar vijftiende jaar van huis gegaan was en van
dien tijd af voor zichzelf en gedeeltelijk ook voor haar moeder en
zusje had gezorgd. Hoe heerlijk zij het gevonden had dit te mogen doen
en hoe gelukkig zij zich doorgaans had gevoeld in haar werk, zelfs op
het beruchte Hill House,--welk een genot zij vond in den omgang met
kinderen en toen opeens met een opgewondenheid, die haar zelf verbaasde
dat zij nu snakte, _snakte_ letterlijk naar nieuw werk, maar nauwelijks
wist hoe daaraan te komen en dat zij toch moedig was, heusch heel moedig
en ook nog wel geduldig wezen wou.

Toen werd het haar te machtig en kon zij niets meer zeggen. En zonder
een woord te spreken, trok Miss Hearty haar naar zich toe en met een
gewaarwording van veiligheid legde Hedwig het hoofd aan haar borst en
schreide rustig uit.

Lang duurde het echter niet, of zij hief het hoofd weer op en lachend
door hare tranen heen, zei ze:

"Ik schaam me verschrikkelijk eigenlijk."

"Zoo? En ik kwam je een voorstel doen eigenlijk."

"Een voorstel? O, wat is het? Waarom hebt u me dat niet eerder gezegd?"

"Je liet mij niet aan 't woord komen," zei Dr. Hearty plagend. "Kijk
eens, ik neem omstreeks Paschen mijn vacantie en hoop dan een poosje
naar Devonshire te gaan. Nu zou ik me graag in dien tijd wat oefenen in
het Duitsch en daarom wou ik jou mee hebben. Wij kunnen dan ook eens
bedaard overleggen wat je verder doen zult. Maar nu weet ik natuurlijk
niet of je er lust in hebt."

"_Weet_ u dat niet?" was al wat Hedwig zeide. Toen met een gebroken
stem: "_Oh, how good you are, how good!_"

"En nu kalmpjes afwachten wanneer je met je nieuwe leerling beginnen
moogt," zei Dr. Hearty, toen zij afscheid nam en Hedwig zei kalm: "Ja,
natuurlijk," maar toen Miss Hearty weg was, riep zij opgewonden om
zuster Kate.

Zuster Kate kwam lachend binnen. "Ja, ja, ik heb alles al gehoord," zei
ze. "En 't is een waar genot met Dr. Hearty op reis te zijn, dat weet ik
bij ondervinding. Zij neemt bijna ieder jaar iemand met zich mee, als ze
vacantie heeft; is dat niet aardig? Broers of zusters heeft zij niet
meer, maar haar leven is toch alles behalve eenzaam natuurlijk, omdat
zij altijd om anderen denkt."

"Zij is zeker een heel knappe dokter en erg geliefd en gezien, niet
waar?" vroeg Hedwig, met bewondering in haar stem.

"Zeer geliefd en gezien en een weldaad voor velen," zei zuster Kate
warm.

Wat schreef Hedwig nu een paar blijde regeltjes naar Duitschland en hoe
bespoedigde de groote vreugde het herstel! Toen er zonnige dagen kwamen,
mocht zij eens opzitten, later eens even met zuster Kate wandelen, toen
geregeld iederen dag uitgaan en eindelijk kon de dag voor de reis naar
Devonshire worden bepaald.

't Was kil, druilerig weer en er viel een hardnekkige motregen, toch
vond Dr. Hearty het onnoodig de reis uit te stellen. Zij kwam Hedwig in
een vigilante halen, liet haar zich goed instoppen, zeide meer dan eens
dat zij hàar nu in alles gehoorzamen moest, toonde zich blij als een
kind dat zij vacantie had en reed in de prettigste stemming met de
gelukkige Hedwig naar Paddington-station.

"Hè, wat ziet Londen er weer vuil en donker en somber en modderig uit!"
riep Hedwig onder het rijden. "Heerlijk dat wij er uitgaan!"

"Ja, ten minste ... als wij het in Devonshire beter krijgen," zei Dr.
Hearty op bedenkelijken toon.

"Maar dat zal toch wel! Zuster Kate zei dat de lucht daar zoo zuiver was
en dat het er zóó mooi was! Zij heeft er familie wonen, in de buurt van
Teignmouth, juist waar wij naar toe gaan. Het moet er verrukkelijk
wezen!"

"Ik _hoop_ het," zei Miss Hearty weer, "maar als wij er zulk slecht weer
treffen...."

"Dan vind ik het _toch_ heerlijk, omdat ik bij u ben!" zei Hedwig
vroolijk.

"Pas op maar, mijn gezelschap kon je wel eens niet meevallen op den
duur!"

"_Was sich liebt, neckt sich_," zei Hedwig lachend. "Wilt u dat nu eens
voor mij in 't Engelsch vertalen?"

"Daar heb ik op dit oogenblik volstrekt geen tijd voor, want hier zijn
wij aan Paddington-station. Zorg jij nu voor de bagage en de kleine
pakjes--denk er om, er is een _luncheon-basket_ bij,--dan ga ik plaats
nemen en zien dat wij een goeden coupé krijgen."

Een _luncheon-basket_? Hoe aardig dat die er bij was! Hedwig was er zeer
benieuwd naar en toen zij de kostbare mand werkelijk veroverd had, stond
zij erop haar zelf te dragen en liet de andere bagage aan den kruier
over.

Miss Hearty stond reeds bij een coupé op haar te wachten, omringd door
vrienden, die echter de een na den ander afdropen, toen zij beslist te
kennen gaf met haar patientje alleen te willen reizen. Hedwig moest
languit op de bank gaan liggen en het zich zoo gemakkelijk mogelijk
maken. "Je laat je maar door mij bedienen, alsof het van zelf spreekt,"
zei Dr. Hearty om haar te plagen, terwijl zij haar een kussen onder het
hoofd legde.

Zij moesten eenige uren in den trein doorbrengen, maar de tijd viel geen
van beiden lang. Zij rustten en lazen en babbelden wat en Hedwig klapte
in de handen, toen Dr. Hearty eindelijk het oogenblik gekomen achtte om
de _luncheon-basket_ te openen.

"Misschien is het ook nog wel wat te vroeg om nu reeds te gaan eten,"
zei ze met een strak gezicht, terwijl zij de mand gesloten hield. "Je
hebt zeker nog geen honger?"

"Als een paard!" liet Hedwig zich ontvallen.

"Maar meisje, wat een uitdrukking! Ik hoop niet dat ik iets heel
ondoordachts gedaan heb door met jou op reis te gaan."

"'t Is nu te laat," zei Hedwig overmoedig, "er is niets meer aan te
veranderen. En mag ik nu als 't je blieft wat te eten hebben? Anders val
ik nog flauw en dan krijgt u nog maar meer last met me!"

"Daar, daar!" En Miss Hearty opende de mand en zette haar een stuk koude
kip voor, een schoteltje geconfijte peren en een bekertje wijn. "Begin
daar maar vast mee."

"Graag."

Welk een grappige, prettige maaltijd was het en hoe keek Hedwig op bij
alles wat die gewichtige mand bevatte! Het was of er nooit een eind zou
komen aan de verrassingen en toen er nog als dessert een paar trossen
druiven verschenen, riep zij uit: "Waar hebben die nu toch gezeten?"

"Dat is mijn geheim," zei Dr. Hearty. "Ja, ja, het is geen kleinigheid
praktisch met zoo'n voorwerp om te kunnen gaan. Maar nu moeten wij
uitkijken, want nu zijn we in Devonshire."

"Gunst!" Hedwig was onmiddellijk één en al aandacht en ging dicht bij
het raampje zitten. Zij kregen thans herhaaldelijk een kijkje op de
blauwe zee en rijen met frisch groen begroeide huizen. Een paar malen
zei Hedwig: "Ziet u wel dat het hier heel anders is dan in Londen?" En
Dr. Hearty knikte en zeide: "Ja, _hier_ wel, maar wij zijn er nog niet!"

Toen zij er waren, toen zij te Teignmouth den trein verlieten, de zoele,
geurige lucht inademden en zich in een open rijtuig naar de kamers
lieten rijden, die Dr. Hearty gehuurd had, was het Hedwig toen niet als
droomde zij? En hadden zij werkelijk eerst dien ochtend Londen met alle
guurheid en donkerheid en mist en motregens en modder verlaten om
overgeplaatst te worden naar dit wonderland, waar de zon vroolijk
scheen, waar de zee zoo liefelijk blauw was en met haar wit schuim zoo
teekenachtig afstak bij de terra-cotta-tinten der rotsen, waar langs de
muren der villa's reeds--het was in April--klimrozen bloeiden en de
heggen vol witten en rooden hagedoorn stonden?

"O, ik had niet gedacht dat het zóó mooi zijn zou," zei Hedwig. "Kijk
toch eens!"

Zij reden de breede laan van een bosch door en tusschen het klimop op
den grond, vertoonden zich primula's zoo ver het oog maar reiken kon,
groote, zacht-gele primula's in dichte bossen, alle bestemd, naar het
scheen, om vroolijkheid en lichte, heldere gedachten in het leven te
roepen.

[Illustration: De kerk te Cockington (Devonshire).]

Later steeg de weg en zagen zij de zee weer in al haar glorie van blauw
en wit en zacht-violet. Op de rotsen van lichtrood zandsteen, die er om
heen lagen, schitterde goudgele brem en groeiden en bloeiden weelderig
de wilde aarbeiplantjes, terwijl telkens weer langs den weg groote
ruikers primula's zich vroolijk lieten zien naast breede streepen
boschviooltjes of vergeet-mij-nieten, een enkel maal in de buurt van
ooievaarsbek en speenkruid. Lange slingers puntig klimop met
lichtgroene, zich ontplooiende blaadjes hingen over oude muren heen, die
in hunne spleten voedsel gaven aan tuiltjes oogentroost en fijne
steenvarentjes. Soms vertoonden zich aan beide kanten van den weg,
letterlijk een laan vormend, hooge, krachtige bremstruiken, boomen
haast, alle schitterend met een overvloed van gouden bloemtrossen en
altijd weer, tusschen dennen en bremstruiken door en langs de lichtroode
rotsen, zag men de blauwe zee, kalm en liefelijk en droomerig als in een
sprookje.

Hedwig's oogen dronken gretig al die schoonheid in. "Wat een land! Wat
een land!" riep zij opgetogen. "En alles groeit hier maar te gelijk.
Rozen en primula's en brem en speenkruid en meidoorn; wat moet dat hier
voor een gezonde lucht zijn! Ik voel nu al dat het me goed doet!"

"Dat is gauw," zei Dr. Hearty heel bedaard. "Als de kamers, die ik
gehuurd heb, je nu straks maar niet tegen vallen."

"Niets kan mij meer tegen vallen," zei Hedwig met vuur. "Al moest ik
hier ook in een kelder slapen...."

"Daar zou ik toch minder vóór zijn," zei Dr. Hearty beslist. "Maar hier
zijn we waar we wezen moeten."

Zij stapten uit bij een niet groot, eenvoudig huis, dat rondom in een
tuin lag, waar de gele en roodbruine muurbloemen geurden en terstond
verscheen een tengere, blonde vrouw en heette haar hartelijk welkom.
Nieuwsgierig volgde Hedwig haar en Dr. Hearty de trap op naar een kamer,
die als zitkamer was ingericht en door een zeer breed openslaand raam
een ruim uitzicht gaf op zee en rotsen. "Ik hoop dat gij u hier thuis
zult voelen," zei de vrouw vriendelijk. "Het avondeten zal spoedig
gereed zijn. De slaapkamers zijn hier naast, het portaal over, zooals ik
u geschreven heb."

"Dank u, Mrs. Dimbleby. Dan gaan wij nu eerst wat rusten," zei Miss
Hearty. "Wij willen heel graag straks wat te eten hebben en uw geurige
thee drinken, waarvan ik zooveel goeds heb gehoord. Ik zal mijn vriendin
de slaapkamers wel laten zien."

"Mijn vriendin!" Hedwig vond het bepaald een eer zich zoo te hooren
noemen en zoozeer onder den indruk was zij van het heerlijke gevoel van
na lang ziek te zijn geweest weer gezond te worden en van den
verkwikkenden overgang van de vrij eentonige stilte in het ziekenhuis
tot de verfrisschende rust in de natuur, dat zij in een vlaag van
opgewondenheid Dr. Hearty om het middel greep, met haar in de rondte
danste en haar toen een klinkenden kus gaf.

"Maar heb ik nu ooit van mijn leven!" riep Miss Hearty uit. "Hemeltje,
wat ben ik begonnen door op reis te gaan met iemand, die zoo weinig
begrijpt hoe zij met ouderen en wijzeren om moet gaan...."

"Wat is alles hier alleraardigst en met smaak ingericht en hoe heerlijk
overal die bloemen!" viel Hedwig oneerbiedig in en ze keek met
welgevallen naar het tafeltje voor het raam met de lage, gemakkelijke
stoelen er naast, de rustbank in den hoek, het behangsel met de losse
appelbloesemtakken en de lichtgroen geschilderde lambrizeering, den mooi
bewerkten schoorsteenrand en het meest nog naar de sierlijke,
olijfgroene en roode pulletjes, kannetjes, vaasjes en kommen, alle
gevuld met primula's, viooltjes, muurbloemen, ranken klimop en
meidoorntakken en, waar maar een plaatsje was, in de kamer neergezet.

"Ja, wij zullen het hier wel uit kunnen houden," zei Miss Hearty, "maar
ga nu mee. Wij slapen vlak in elkaars nabijheid, zooals je ziet."

Aan denzelfden kant van het huis als de zitkamer lagen de slaapkamers;
men had er hetzelfde mooie uitzicht en het was er frisch en rustig. "Ook
al weer alles even keurig," zei Hedwig. "Ik vind het hier eenvoudig
volmaakt."

"En nu moet jij je dan ook eens volmaakt stil houden," zei de dokter,
"en minstens een half uur te bed gaan liggen. Ik kom je wel roepen voor
het avondeten."

En meteen sloot zij de deur tusschen de beide slaapkamers achter zich en
liet Hedwig alleen.

Gehoorzaam deed deze wat haar bevolen was en toen zij eenmaal lag,
voelde ze dat zij wel vermoeid was. Aan slapen had zij echter geen
behoefte en zij liet hare oogen dus met welbehagen glijden over de met
wit neteldoek bedekte toilettafel, over de lichtgroene waschtafel en
spiegellijst, de lichtgroene latafel en hangkast, alle zoo vroolijk
afstekend bij de wilde rozen op het behangsel en kom en kan der
waschtafel. Toen gaf zij ook hare oogen rust en luisterde alleen nog
maar--deed niets dan luisteren naar het kabbelen der zee, dat zacht tot
haar kwam en haar als vredige muziek in de ooren klonk.

Een half uur later werd er aan haar deur getikt. "_Come in!_" riep ze,
denkend dat het Dr. Hearty was, die haar kwam roepen, doch de deur ging
langzaam open en niet Miss Hearty, maar een meisje van een jaar of
dertien met lang, blond haar, kwam bedeesd nader. Zij hield het hoofd
wat voorover gebogen en de blauwe oogen keken zoo schuchter en te gelijk
zoo nieuwsgierig dat Hedwig er plezier in had en lachend zei:

"Kom maar gerust wat dichter bij en bekijk mij eens goed, want dat wil
je toch zeker graag, niet waar? Wie ben je eigenlijk? _Ik_ ben een
Duitsch meisje en jij...."

"_I am English_," zei het meisje, terwijl al de verlegenheid uit haar
gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "_I am Mrs. Dimbleby's
daughter. Are you ready for your supper?_"

Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "_ready for her
supper_," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij
heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde
hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en
behoedzaam zooals zij gekomen was.

In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een
kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er
als een echte _gentleman_ uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar
aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette,
vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie
papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood
voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn
dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren
hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek,
dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty
over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.

[Illustration: Dorothy Dimbleby.]

"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei
Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in
Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het
heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de
rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de
grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel
een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan
Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."

Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet
gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig
samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje
vóór Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy,
die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij
zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van
de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de
tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den _bacon_ maar zou gaan
halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven
praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog
stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!"
riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte
stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige
kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje
vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi
gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van _alles_
in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik,
als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei
voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te
maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel
van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten
tot zij weer wat sterker is...."

Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en
vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden,
eerst den _bacon_ en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder,
die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de
waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar
school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "_Good-bye_" voor Hedwig,
die haar bij het raam stond na te kijken.

Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei
huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer
school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin
en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wèl weg met haar tijd en vond dat
zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar
zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in
het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de
haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk,
zóó was Dorothy Dimbleby,--een levenslustig en zacht klein vrouwtje en
de trots van hare ouders.

"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig
heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden
gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar _ik_ heb er
des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig
haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch
met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare
brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit _iets_ van deze gelukkige dagen
vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en
houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me
zorgt en in één woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen,
ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons
heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij
een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn
wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en
wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den
weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge,
witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de
stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken
bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay
onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar
Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst
wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk;
is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij
dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een
alleraardigste _cottage_ wonen en ook weer overal bloemen hadden staan.
Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een
tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder
schreef: "_From my dear German friend._"...."

Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet
herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een
enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de
prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen,
schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms
uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te
schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den
geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de
bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen
    
<<Page 10   |   Page 11   |   Page 12>>
Go to Page Index for Een Heldin

You are here --- [ Home / Author Index K / A.C. Kuiper / Een Heldin / Page #11 ]