|
|
omdat Bunny korter en makkelijker is dan Kathleen. Dit is Nesta," en zij
duwde het achtjarige meisje naar voren, een teergebouwd kind met
donkerbruine oogen en lang, blond haar. "Nesta is een _klein_ beetje een
driftkopje, maar anders niet kwaad...."
En Nesta rukte zich los, stampte op den grond en riep half schreiend:
"Ik ben heelemaal geen driftkopje, heelemaal niet! En jij moogt geen
leugens vertellen...."
Maar Hedwig had haar bij de hand genomen en keek haar ernstig en
doordringend in de oogen. Toen ging het blonde hoofdje langzaam naar
beneden en de trillende lippen zwegen.
"En dit is de eenige heer," zei Bunny, met gemaakte deftigheid op haar
broertje wijzend. "Zijn naam is Gerald, voorloopig noemt iedereen hem
echter Boy. Toch heeft hij zich al vast een mannenstem aangeschaft en
daarom wordt hij ook wel eens de _thunderboy_ genoemd, maar dat gebeurt
toch niet dikwijls."
"Neen, dat geloof ik dadelijk," zei Hedwig lachend en zij keek naar het
stevige figuurtje van den kleinen jongen, die de donkerblauwe oogen van
May had en krullend, goudbruin haar, dat hij telkens ongeduldig
wegstreek om Hedwig beter te kunnen zien. Hij en de St. Bernhardshond,
die trouw naast hem bleef staan, onophoudelijk met zijne verstandige
oogen van den een naar den ander kijkend en met zijn staart kwispelend,
vormden een alleraardigst schilderijtje.
Hedwig liet de hand van Nesta los, die nog steeds zacht snikte en bij
Boy neerknielend, vroeg ze, zóó zacht dat Nesta het niet hooren kon:
"Schreit Boy wel eens?"
Zij schrikte bijna van de grappige, grove stem, waarmee hij antwoordde:
"Boy is geen meisje." Trots Bunny's mededeeling kwam die diepe toon uit
dat kleine lichaampje, haar toch nog onverwacht.
"Maar nu, een, twee, drie, de kamer uit," gebood zij eindelijk en de
kinderen lachten en gingen heen, met hun aardigen, Ierschen tongval maar
al "_Oui mam'selle_" en "_Chère mam'selle_," roepend; blijkbaar was
hunne laatste gouvernante een Française geweest.
Hedwig haastte zich nu met kleeden en juist was zij klaar, toen de gong
voor het ontbijt luidde. Zij vond Bruce, die met zijn slim
hondenverstand terstond begrepen had dat zij den langen weg naar de
ontbijtkamer niet dadelijk alleen zou kunnen vinden, nog voor de deur
liggen en hij ging haar thans voor naar beneden, aldoor even den kop
omdraaiend om te zien of zij hem wel volgde. Eindelijk stond hij stil
voor de deur der kamer, waar zij wezen moest, zag eerst haar aan en toen
naar de deur en liet een kort, gebiedend geblaf hooren.
[Illustration: Bruce.]
Hedwig opende de deur, Bruce volgde langzaam en bleef met den staart
tusschen de pooten weifelend staan, toen de stem van Mrs. Balvourneen
klagend zeide:
"Och, nu komt die hond toch weer binnen! Ik wil hem hier niet hebben 's
ochtends aan het ontbijt, dat heb ik al zoo dikwijls gezegd. Ik kan niet
tegen die drukte...."
"Ach Bruce, lieve, beste Bruce! Mag hij niet even een stukje geroosterd
brood hebben, moeder?" vroeg Boy smeekend en toen zijn moeder lijdelijk
toestemde, na eerst even lijdelijk Hedwig goeden morgen te hebben
gewenscht, riep Boy, terwijl hij een smakelijk stukje geroosterd brood
in de hoogte hield en zijn stem zoo mogelijk nog grover maakte dan
gewoonlijk:
"Zeg dan _please_, Bruce."
Bruce opende den bek zeer wijd, smakte dien toen snel weer dicht en liet
met een tikkend geluid zijn tanden op elkaar klappen, wat bij hem "als
't je blieft" beteekende.
"Daar!" zei Boy, hem de begeerde lekkernij gevend.
"Nu moet hij ook dadelijk weg!" hernam Mrs. Balvourneen en de geduldige
Bruce verdween, zooals zijn plicht was.
Eerst nu kwam Mr. Balvourneen binnen, gevolgd door de schare dienstboden
en knechten, die iederen ochtend bij de korte godsdienstoefening
tegenwoordig waren.
Mr. Balvourneen deed een gebed en las enkele verzen van den negentienden
psalm voor. Er was iets kouds en plichtmatigs in de wijze, waarop hij
zijn werk deed, toch vonden de woorden, die hij las, warmen weerklank
in Hedwig's hart. En, terwijl zij door de wijd openstaande verandadeuren
een blik kon werpen op de blauwe lucht en op de steeds wisselende tinten
van purper en teerrood en zachtgrijs op de bergen en rotsen en zich
koesterde in de zon, die grillige figuren tooverde op het goudlederen
behangsel der kamer, luisterde zij met stille vreugde naar wat haar
juist hier zoo toepasselijk scheen:
"_De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner
handen werk._"
Na het lezen, toen het dienstpersoneel verdwenen was, verzocht Mrs.
Balvourneen weer dringend om stilte en de kinderen fluisterden en
giegelden onder elkaar, maar van een geregeld gesprek was geen sprake.
Mr. en Mrs. Balvourneen bemoeiden zich nauwelijks met Hedwig, schoven
haar alleen de verschillende schotels toe en hoopten een paar
malen--nogal uit de hoogte--dat zij "zou doen alsof ze thuis was."
Hedwig vond het dan ook niet jammer toen het tijd was om met de meisjes
naar de leerkamer te gaan en Bridget, de _nurse_, kwam om Boy mee naar
de kinderkamer te nemen. Boy stribbelde tegen, steeds met krachtige stem
bewerend dat hij "niet wilde", tot zijn vader hem vierkant opnam en de
kamer uitzette, een tooneel, waaraan allen gewend schenen te wezen, want
niemand toonde er ook maar de geringste verbazing over. Boy zelf zong
spoedig in de gang zijn hoogste lied en liep met klinkende stappen de
trap op naar de kinderkamer, die zich naast de leerkamer bevond.
Weer kon Hedwig niet laten vergelijkingen te maken met Hill House, toen
zij de leerkamer voor zich zag. Als Miss May en Taffy en Mary Wren nú
toch eens naast haar hadden kunnen staan! Wat zouden zij de handen in
elkaar hebben geslagen over den rijkdom van boeken op de planken langs
de muren, over de groote eikenhouten tafel, de flinke stoelen met hooge
ruggen, de nette inktkokers, pennehouders, vloeiboeken en alle mogelijke
andere leerbenoodigdheden meer en--zeker het meest haast nog wel over de
heerlijke weelde van licht en zon, die door de breede ramen naar binnen
stroomde en over de met bloemen gevulde nissen, die zoo'n vroolijk
aanzien aan de kamer gaven!
"Hier zit _ik_ altijd," zei Bunny, haar plaats aan de tafel innemend.
"En vandaag moeten wij Duitsch leeren, heeft moeder gezegd. Wij kennen
er nog niets van, maar wij zijn heel vlug."
"Zoo!" Hedwig glimlachte. "Dat geloof ik nog maar zoo dadelijk niet."
"'t Is toch zoo," verklaarde Bunny beslist, maar nu liet Boy's diepe
stem zich uit de andere kamer hooren:
"Maddy moet ook even bij mij komen kijken!"
"_Maddy_? O, dat beteekent _Mam'selle_, dat heeft Boy weer heelemaal
zelf bedacht," zei de kleine Nesta met bewondering in haar stem. "Zoo is
hij altijd. Hij bedenkt altijd naampjes voor iedereen."
"Dus hier zal ik Maddy heeten," dacht Hedwig lachend. Zij vond het
aardig aan haar moeder en Clärchen te kunnen schrijven dat men _hier_
ook al weer een aparten naam voor haar had gevonden!
"Kom nu Maddy, gauw!" riep Boy weer.
"Voor dezen éénen ochtend dan," zei Hedwig naar hem toegaande. "Maar
morgen en overmorgen en al de andere dagen nooit weer. De zusjes en ik
moeten aan het werk en Boy moet gaan spelen."
"Ja, dat heb ik ook al gezegd," zei Bridget.
"Maar Boy wil van ochtend bij Maddy blijven," verklaarde Boy, de
wenkbrauwen fronsend. "Dat moet!"
"Neen, dat kan niet," zei Hedwig beslist. "Boy blijft van ochtend hier
in deze kamer."
"En van middag?"
"Van middag gaan wij allen samen wandelen."
"Boy wil nù wandelen."
"Neen, dat gebeurt van middag."
"Och neen, dat moet nu, nù," drong Boy aan en hij ging vlak voor haar
staan en deed zijn best heel streng te kijken.
"Neen, volstrekt niet," zei Hedwig, Bridget een wenk gevend, terwijl ze
naar de leerkamer terug ging. Zij draaide den sleutel om, om zeker te
zijn niet gestoord te worden.
May en Bunny zaten reeds met Duitsche leesboekjes voor zich; de
achtjarige Nesta was in een hoekje bij een der ramen gaan zitten, omdat
zij toch afzonderlijk werken moest, zooals zij zeide. Voorloopig stelde
zij zich tevreden met een fraai geïllustreerd sprookjesboek!
Hedwig beduidde haar dat zij een oogenblikje bij de oudere zusjes moest
komen zitten; zij had tot alle drie iets te zeggen, voordat het werk
begon. En juist sprak zij erover hoe ze van plan was alles in te richten
en dat zij een lijst wou maken en alles opschrijven, toen er uit de
kinderkamer een vervaarlijk gegil klonk, dat haar opeens ontsteld
zwijgen deed.
"O, het is niets, doet u maar net of u het niet hoort," zei May, goedig
haar hand op die van Hedwig leggend. "Dat zijn kunsten van Boy."
"Ja, echte kunsten," zei Nesta, met haar hoofd knikkend tot de blonde
haarlokken ervan schudden. "Hij kent er een heeleboel en dit is een
nieuwe oorlogskreet."
"I-a-hoep!" klonk het weer van Boy en Nesta vloog naar de tusschendeur,
bonsde er tegen en riep luid terug:
"I.. a.. hoep!"
Hedwig stond bedaard op en bracht haar naar haar plaats terug. "Niet
weer doen, Nesta, de lessen beginnen nu."
"Maar het is anders wèl genoegelijk zoo'n klein beetje pret tusschenin;
vindt u ook niet?" zei Bunny en zij keek Hedwig aan en kneep hare oogen
zoo grappig dicht dat Hedwig moeite had ernstig te blijven. Boy liet nog
eenmaal zijn krijgskreet hooren, maar toen er geen antwoord kwam en hij
te vergeefs aan den deurknop gerammeld had, hield hij zich stil.
Nesta kreeg wat schrijfwerk op en de Duitsche les begon met de beide
oudsten. Bunny was onuitputtelijk in het bedenken van allerlei
aardigheden en wist er zich met verwonderlijke vlugheid door te slaan,
als zij een woord verkeerd uitsprak of iets niet begreep. May had die
handigheid niet, maar zij deed erg haar best en keek verheugd, toen
Hedwig aan het eind der les verklaarde, dat het al veel beter ging dan
zij gedacht had. Nu kregen de beide oudste meisjes schriftelijk werk op
en moest Nesta een heel eenvoudig Fransch stukje lezen en uitleggen. Het
ging niet naar haar zin en meer dan eens sloeg zij ongeduldig met haar
vuist op de tafel, maar Hedwig zette door en rustte niet, voordat de
geheele bladzijde gelezen was.
Het vroege middagmaal werd, evenals later de thee en het avondeten, door
haar en Bridget en de kinderen in de kinderkamer gebruikt en zij begreep
dat zij alleen iederen dag aan het ontbijt met Mr. en Mrs. Balvourneen
zou aanzitten.
Het speet haar niet. De kinderen trokken haar aan en zij vond het
prettig zich geheel aan hen te wijden en, evenals indertijd bij de
familie von Zercläre, de rustige avonduren voor zichzelf te hebben of
eens een praatje te maken met de vriendelijke Bridget, die doorgaans in
de kinderkamer te vinden was.
Bridget ging dien eersten dag ook met haar en de kinderen--Bruce moest
met zijn meester uit--wandelen en wees Hedwig den weg naar de
lievelingsplek der kinderen in het bosch, waar vlugge beekjes het water
over gladde steenen lieten kabbelen en telkens tusschen de donkere,
hooge lanen lichte plekken waren, waar de hei reeds roodachtig begon te
schijnen en de brem nog in vollen bloei stond.
Het was een vrij lange wandeling en zij moesten eerst een zonnig bergpad
over, vanwaar zij herhaaldelijk Glengariff en de baai, thans vol ranke
zeilscheepjes en bootjes, zagen liggen. De kinderen waren onvermoeid,
groetten ieder, die zij tegen kwamen, met groote hartelijkheid en werden
even hartelijk teruggegroet, het allermeest door de jonge boerinnetjes,
die in haar aardige, losse kleedij met korte mouwen en rokken, op bloote
voeten den berg bestegen, haar mand met eieren onder den arm houdend of
minder breekbare waar achter op den rug dragend. Aantrekkelijk zagen de
deerntjes eruit met hare heldere oogen, het donkere, onbedekte,
krullende of golvende haar en de warmbruine gelaatskleur, door veel
beweging in de buitenlucht veroorzaakt. Een van haar, blijkbaar een
goede kennis van de kinderen en reeds van verre begroet als "_sweet_
Kate" en "_darling_ Kate", wierp hen in 't voorbijgaan een ruiker
margrieten toe en een bosje groen, door Hedwig voor gewone klaver
aangezien. Bunny had het 't eerst opgeraapt en kwam er mee naar Hedwig
toe loopen, steeds met die eigenaardig welluidende Iersche stem, die
Hedwig telkens op nieuw trof, juichend en zingend dat het een aard had.
"Dat treft prachtig dat wij u den eersten dag al _shamrock_[10] kunnen
laten zien!" riep zij uit. "Echte Iersche _shamrock_! Eenig mooi is die,
he?" En zij streelde liefkoozend de fijne blaadjes.
"_Shamrock_ kan nergens anders groeien dan in Ierland," verzekerde nu
May, die ook naast Hedwig was komen loopen. "Zooveel menschen hebben al
beproefd haar ergens anders te kweeken, maar de _shamrock_ wil maar
niet. Is dat niet aardig? Zal ik u eens vertellen wat Ieren doen, als
zij naar een ander land reizen, naar Amerika bij voorbeeld? Dan nemen
zij een pot met Iersche aarde mee en planten daar hun _shamrock_ in en
dan gaat het goed, maar als zij in andere aarde gezet wordt, nooit! O,
op St. Patrick's Day, dan zult u eens wat zien...."
"Dat is pas 17 Maart!" viel Bunny in. "Dat duurt nog zóó lang! Ja, dan
is het net of er in Ierland niet anders groeit dan _shamrock_, want dan
heeft iedereen het letterlijk aan en dan dragen velen er mooie, groene
linten bij. En dan is er 's avonds een echt Iersch concert, daar worden
alleen maar Iersche liederen gezongen en dan worden er Iersche dansen
gedanst, de _jig_ en de _reel_ en ten slotte zingt iedereen: "_Let Erin
remember the days of old_...." En nu heb ik nog vergeten te vertellen
dat alle Ieren, die niet in hun eigen land zijn, dan in brieven
_shamrock_ gestuurd krijgen om die ook op St. Patrick's Day te kunnen
dragen...."
"Lieve, lieve Maddy, ik kom ook bij jou," zongen nu Nesta en Boy en zij
liepen van Bridget weg en holden den berg af om met een bons tegen
Hedwig en de meisjes aan te vallen.
"Neen, neen, dat gaat zoo niet. Ik ben gesteld op keurige Iersche
manieren," zei Hedwig vermanend.
"Keurige Iersche manieren!" herhaalde de _thunderboy_ met grove stem en
hij liep met Nesta vooruit op een drafje het bosch in, naar de opene
plek, waar zij gewoonlijk speelden.
Het was er lekker koel door de zware boomen rondom en de nabijheid van
het water en de kinderen juichten, toen Bridget voorstelde om van de
dikke takken, die er lagen en van mos, een huisje te gaan bouwen.
IJverig togen nu alle handen aan het werk. Nesta en Boy hadden het zóó
druk dat zij meer dan eens in hun haast tegen elkaar aanstootten en den
zoo vlijtig verzamelden mosstapel op den grond lieten vallen. May en
Bunny hielpen Bridget en Hedwig de muren vast maken en trapten en
drukten het losse mos in elkaar tot het, volgens May, "zoo stevig werd
als echte planken." Hedwig genoot de zuivere lucht en het aardige
werkje. Zij keek bewonderend naar Bridget's vlugge handen, die de takken
tot bogen vormden om het dak te maken. Tusschen de naast elkaar gelegde
takken moest weer mos worden bevestigd. "Het dak geeft het meeste werk,"
zei Bridget, "daar komen wij vandaag niet mee klaar."
"Er zijn nog heel groote gaten in het dak," zei Nesta, die midden in het
"huis" naar boven stond te kijken. "Daar komt nog heelemaal de zwarte
lucht door."
De zwarte lucht? Hedwig en Bridget keken snel op. Zij waren te zeer
verdiept geweest in haar werk om op het weer te letten; nu kwamen zij
met schrik tot de ontdekking dat de zon verdwenen was achter steeds
donker wordende wolken.
"Hè, net op mijn neus!" riep Boy. "En nu op mijn wang! En daar is er
weer een op mijn kin!" Want er begonnen dikke regendruppels te vallen
en, wat erger was, er deed zich een dof gerommel hooren tusschen de
bergen. Een flauwe bliksemstraal verlichtte het binnenste van het
huisje, dichterbij klonk de donder, heel fel scheen plotseling het
licht, luider en zwaarder werden de donderslagen en met onstuimige
kracht viel de regen in dichte stralen neer.
"Gauw naar huis. Loopen, draven, den kortsten weg nemen!" riep de hevig
ontstelde Bridget, Boy bij den arm grijpend. "Voortmaken kinderen,
vlug!" riep Hedwig. "Nesta, geef mij een hand, May en Bunny houdt elkaar
vast.... Niet bang wezen...."
"Bang? Wie is er bang? Ik niet!" riep Bunny met vuur uit. "En ik blijf
hier. Het is veel te prachtig om nu weg te loopen. En wij hebben immers
een huis! Kijk, wat blijft het stevig staan! Oef...." En zij sloeg den
rok van haar jurk over het hoofd en veegde zich den regen uit het
gezicht.
"Ja, ik blijf ook hier; ik wil niet weg, ik doe het niet," riep nu Nesta
met haar hooge sopraanstem en Boy rukte zich van Bridget los en riep
mee: "Ik ook! Ik ook! Ik wil niet naar huis!"
"Dan gaan wij ook niet, he?" vroeg May, met schitterende oogen tot
Hedwig opziende. "_Mogen_ wij blijven?"
"Neen, natuurlijk niet. Wij gaan onmiddellijk naar huis, allemaal," zei
Hedwig zeer beslist. "Komaan kinderen, geen gekheid!"
"Gaat allemaal maar weg; _ik_ blijf hier," herhaalde Bunny, die geheel
onhandelbaar geworden scheen door het onweer.
"Och, wat moeten wij doen? Wat moeten wij doen?" riep Bridget wanhopig
uit, zich met echt Iersche opgewondenheid de handen wringend. "O, hoort
toch eens, wat een noodweer! Ach en daar is de _banshee_, de _banshee_,
ach, ach!"
Een ratelende donderslag was door een verblindend licht gevolgd, toen
dit wegstierf, deed zich een langgerekt, klagend geluid hooren, dat door
de bergen weerkaatst werd.
"Biddy," zei May, haar hand op Bridget's arm leggend en bedaard
sprekend, hoewel zij doodsbleek zag, "het is alleen het onweer. Je moet
niet bang wezen voor de _banshee_; die is er niet, zegt vader."
Doch Bridget was te zeer buiten zichzelf om naar haar te kunnen
luisteren. "We moeten vluchten, vluchten voor de _banshee_," fluisterde
ze, Hedwig angstig aanziende.
"Ja, wij gaan naar huis," hernam Hedwig, die heel bedaard bleef. "Komt
kinderen, dadelijk, terstond!"
"Ik wil niet, ik doe het niet!" riep Nesta driftig, Bunny zei nog eens:
"Ik _blijf_ hier," en nu nam Hedwig den zeer tegenstribbelenden,
gillenden Boy op hare schouders, greep Nesta's hand stevig vast en liet
Bridget met May vooruit gaan om den kortsten weg te wijzen.
Nesta schreeuwde het uit. "Ik wil niet! Ik wil mijn zin hebben!" riep
zij. "Ik wil niet in den regen loopen...."
Hedwig had moeite haar voort te trekken, maar toen Bunny eieren voor
haar geld koos en, zooals Hedwig ook verwacht had, al spoedig achter de
anderen aan kwam snellen, ging het beter. Zij nam Nesta van Hedwig
over, liet haar nu en dan bij wijze van pretje op een draf loopen en
lachte Bridget uit, toen deze nog eens verschrikt riep: "Ach, daar is de
_banshee_ weer, de _banshee_ gaat met ons mee naar huis. Als zij van
nacht maar niet onder een van onze ramen komt...."[11]
Boy gaf vanaf zijn hooge zitplaats allerlei opmerkingen ten beste.
"Maddy's hoed wordt zóó nat!" "Maddy's ooren beginnen te glimmen van den
regen!" "Bunny's jurk druipt!" "Wat stapt Nesta lekker in de plassen!"
"Vort paardje, vort!" En hij sloeg zijn armen steviger om Hedwig's hals
en drukte zijne beenen tegen hare schouders. Hedwig keek om en knikte
hem eens toe, waardoor tot groot plezier van Boy, een lange straal water
van haar hoed af liep.
Eindelijk, juist toen de regen minder werd, waren zij thuis. Nooit nog
had Bridget den weg naar boven zóó lang gevonden, maar toen zij eenmaal
het kasteel Balvourneen in het gezicht had, schaamde zij zich haar angst
en een weinig verlegen kwam zij Hedwig op zijde, keek haar trouwhartig
aan met hare grijze oogen en zei:
"Ik ben een slechte hulp geweest vandaag. Een volgenden keer zal ik niet
weer zoo laf zijn!"
Hedwig kon onmogelijk anders antwoorden dan met een glimlach, zoo hijgde
ze van den tocht den berg op met den zwaren Boy op haar rug.
Daar kwam Bruce aanhollen. Met woeste sprongen en een luid geblaf
begroette hij zijn natte kameraden en als om hun te zeggen dat zij toch
voort moesten maken, draafde hij toen voor hen uit, om bij den ingang op
hen te blijven wachten.
In de vestibule, neergezegen op een der lage stoelen, vonden zij Mrs.
Balvourneen. Zij hield hare handen voor 't gezicht, maar liet die met
een gebaar van neerslachtige berusting in den schoot vallen, toen zij al
de kinderen gezond voor zich zag.
"Is dat uitblijven!" riep ze. "Mijne zenuwen zijn geheel in de war. Ach,
mademoiselle Eiche, hoe kondt u zóó ver met die arme, teere kinderen
gaan en hen aan dien storm blootstellen? En mijn lief, eenigst zoontje,
ach, wat ziet hij er nat en akelig uit! Ga dadelijk naar boven, Bridget,
en laat de kinderen allen een warm bad nemen en iets warms drinken en
dan naar bed gaan.... Ik kan niet meer spreken, ik ben doodop van al den
angst, dien ik doorgestaan heb! Gaat nu allen heen."
Bridget gehoorzaamde terstond, dankbaar dat zij er zoo gemakkelijk af
kwam. De "teere" kinderen volgden met Hedwig en Bruce sprong tegen ieder
om de beurt op en deelde likken uit op een wijze, die duidelijk toonde
hoezeer hij in zijn schik was dat allen weer goed en wel thuis waren.
Toen zij boven gekomen waren, liep May naar Hedwig toe en liet haar
triomfantelijk iets kijken. Het was het bosje _shamrock_, dat zij door
allen storm en regen heen, trouw had bewaard. "Voor u," zei ze, Hedwig
vroolijk aanziende, "als het uitgespreid wordt, droogt het gauw en dan
kunt u ervan in een brief naar huis sturen; dat is zoo aardig, want
_shamrock_ hebben zij in Duitschland niet, die groeit heusch alleen maar
in Ierland!"
"Dank je wèl," zei Hedwig, het aardige, tot haar opgehevene gezichtje
kussend.
"Wij behoeven niet _echt_ naar bed, hoor Maddy," zei Bunny met
overtuiging, "het is nog zóó vroeg!" En Nesta en Boy riepen ook
terstond: "Ja, nog véél te vroeg!"
Doch Hedwig was onverbiddelijk en liet de orders van Mrs. Balvourneen
zóó stipt uitvoeren dat zelfs Bridget er verbaasd over was. Met die
nieuwe mam'selle viel blijkbaar niet te gekscheren!
Het gevolg was gelukkig dat geen van allen het minste nadeel van den
tocht ondervond. Het mooie huisje van takken en mos kwam enkele dagen
later geheel klaar en bleek zooveel aantrekkingskracht te hebben dat de
kinderen er slechts zelden toe over te halen waren, hunne dagelijksche
wandeling ergens anders heen te richten. Bunny stelde het zich zelfs als
een heerlijkheid voor, eens een week in dat huisje te mogen wonen,
"middenin het bosch met niets om mij heen dan vogels en bloemen en
boomen en water", maar May zeide: "Ik denk dat je toch wel naar
Balvourneen terug zoudt verlangen, als je eenmaal in dat kleine huisje
zat; en wat zou je dan altijd willen eten?"
"Eten! O, daar kon ik wel een weekje buiten!" beweerde Bunny dan en
Hedwig hoorde het haar zeggen en dacht aan het schrale voedsel op Hill
House!
Zij voelde zich spoedig thuis op Balvourneen en met de kinderen, doch
van de ouders bemerkte zij al heel weinig. Er gingen weken voorbij dat
zij hen alleen de korte poos aan het ontbijt sprak en de regeling der
lessen en der vrije uren werd nagenoeg geheel aan haar overgelaten.
Slechts een enkele maal kwam Mrs. Balvourneen eens de leerkamer in, om
dan haastig een paar opmerkingen te maken of lievigheidjes tegen de
kinderen te zeggen en hun te vragen of alles wezenlijk ging, zooals
_zij_ het prettig vonden. Bunny riep dan geregeld: "Natuurlijk moeder,
Maddy is een snoes!" en May herhaalde met vuur: "Ja, een echte snoes!"
alleen het driftkopje Nesta, die volstrekt niet vond dat alles naar haar
wensch ging, hield zich nukkig stil, wat haar moeder echter, in het
begin althans, niet opmerkte.
Een groot genot was voor de kinderen en ook voor Bridget, het
verteluurtje Zaterdagsavonds, als allen, ook Boy, wat later op mochten
blijven en Hedwig verhalen deed over Duitschland en over Clärchen. Ook
van Tieka von Zercläre vertelde zij nu en dan en Nesta kroop altijd
dichterbij, als er van Tieka's poppenkamer en de verzameling
kinderportretjes sprake was.
Soms mochten de kinderen zelf ook vertellen, wat zij dolgraag deden,
Bunny vooral, wier fantasie onuitputtelijk was. Boy's verhalen waren
altijd heel kort; gewoonlijk handelden zij over iets lekkers. "Ik
droomde van nacht dat ik heel alleen in de eetkamer zat en dat John een
groote taart binnen bracht en dat ik die heel alleen op mocht eten. En
dat deed ik toen ook en ik werd heelemaal niet ziek en ik had er juist
erg graag nog eentje gehad!"
Nesta, die haar moeders lieveling was, vertelde graag--en het trof
Hedwig pijnlijk--van een gezonde moeder, die heel veel met hare kinderen
speelde en zong en wandelde en toch nooit vermoeid was en May deed met
haar zachte, heldere stem verhalen van wit-rose wonderlelies, die in
koude landen 's winters tusschen de sneeuw bloeiden en van een witten
meidoornstruik, heel diep in het bosch, die veel langer bloeide dan
andere meidoorns en nooit omgehakt mocht worden, omdat de fee, die erin
woonde dan boos zou worden en ver weg trekken naar andere landen.
Bridget vertelde iederen keer weer van een bizonder vadzig Iertje, dat
zelfs te lui was om te eten, want hij vond het veel te veel moeite zijn
hand naar den mond te brengen. Zijne vrouw, die ook wel een beter
huwelijk had kunnen doen, moest hem altijd voeren, terwijl hij languit
in het gras lag!
Als het vertellen gedaan was, ging Hedwig aan de piano zitten en speelde
danswijsjes. Dan huppelden de kinderen er lustig op los en tot slot werd
dikwijls, op algemeen verzoek en met groote geestdrift, het geliefde
Iersche lied van Moore gezongen: "_Let Erin remember the days of
old_...."
Dan kwamen soms Mr. en Mrs. Balvourneen zachtjes binnen om te luisteren
naar de zeer welluidende kinderstemmen en ook Hedwig vond dit een
aantrekkelijk oogenblik.
Het was op een regenachtigen Zaterdagavond,--over de witte huizen en de
baai van Glengariff lag een waas van somberheid--dat Bunny met
verschrikte oogen de kinderkamer kwam binnensnellen. Zij was de
beukenheg voorbijgegaan bij het kleine meertje in het park en de
bladeren ritselden zóó geheimzinnig, er was daar zeker een bijeenkomst
van _leprechauns_[12] van avond en o....
Maar Hedwig nam een schrift op en liet de bladen ervan om Bunny's ooren
waaien. "Dit geluid was het zeker, he?" riep ze. "En heeft het je zoo
bang gemaakt dat je geen trek meer hebt in thee? Arme Bunny! Wie heeft
er wel trek? De thee is klaar."
Bunny keek een beetje boos. "Waarom mag ik niet verder vertellen?" vroeg
ze.
"Omdat wij nu eerst thee gaan drinken," zei Hedwig, die Nesta bleek en
Boy's oogen wat angstig had zien worden. "Straks moog je vertellen, na
de thee, op het gewone uurtje."
"Ja, ja, op het gewone uurtje," riep May, stoelen aan de tafel
schuivend. "Laten wij maar gauw gaan zitten, dan zijn we des te eerder
klaar. Ik ben toch zóó nieuwsgierig...."
"Ik ook! Ik ook!" riepen nu Nesta en Boy als uit één mond, maar nu hield
Bunny zich stil. Het was duidelijk dat zij over iets zat na te denken en
nog was de maaltijd niet geheel afgeloopen, toen zij opsprong en de
kamer uitsnelde. "Maar Bunny, Bunny!" riepen Hedwig en Bridget haar na.
"Ja, ja, ik kom dadelijk weer om te vertellen," riep zij terug. "Wacht
maar even."
"Dat doet zij nu weer _alleen_ om ons nieuwsgierig te maken," zei Nesta
vertrouwelijk en als dat zoo was, bereikte Bunny zeker haar doel, want
het duurde zoo lang eer zij terug kwam, dat Hedwig ongerust werd en
opstond om haar te gaan zoeken.
Maar juist wilde zij de kamer verlaten, toen er hard op de deur werd
geklopt, Bruce hevig begon te blaffen, allen opsprongen en....
Wat voor wonderlijk wezen kwam daar binnen? Nesta greep Hedwig's hand en
Boy kreeg een hoogroode kleur en liep dichter naar Bridget toe, maar hij
stak zijn handen in zijn zakken en ging wijdbeens staan, alsof hij
zeggen wilde: "Denkt maar niet dat ik bang ben!"
Al strompelend, zwaar leunend op een stokje, kwam nu een oud vrouwtje
binnen, dat door haar zonderling uiterlijk en vreemd starenden blik, "op
't eerste gezicht," zooals May later zeide,--"een echt griezeligen
indruk maakte." Het vrouwtje droeg boven een zwarten rok een
vaalgroenen mantel, zooals de Iersche boerinnen die dragen; de kap, die
met verschoten rood gevoerd was, had zij over het hoofd geslagen,
terwijl haar voorhoofd bijna geheel bedekt was door een stijf
vastgeknoopten doek, juist alsof zij aan erge hoofdpijn leed. Onder de
oogen lagen onnatuurlijk donkere, breede kringen en ... boven de
bovenlip was een geelwit snorretje te zien, dat sterk aan verkleurd
poppenhaar deed denken. Het heksje stak den mond ver vooruit, en liep
zeer gebogen. En met een akelig doffe stem sprak ze:
"Ik heb een lange reis gemaakt. Bij de meren van Killarney ben ik
geweest; aan den voet van den hoogen berg Carran Tual woon ik. De
_leprechauns_ hebben mij betooverd! Een schoone, jonge maagd ben ik
geweest...." hier giegelde May hardop--"nu ben ik een oude, oude
heks...."
"Kom toch wat dichter bij, heksje," zei Hedwig, haar vriendelijk bij de
hand nemend en het heksje liet zich in den kring leiden, maar begon,
toen men al meer en meer om haar heen drong om haar goed te bekijken,
zulke afschuwelijke geluiden te maken dat May oneerbiedig uitriep:
"O Bunny, houd toch op!"
Allen lachten, doch nu keek het heksje zeer toornig, hare groene oogen
flikkerden en met haar stok op den grond stampend, riep zij uit:
"Past op! Past op! Neemt u allen in acht of ik zend u naar de
_leprechauns_!"
"De _leprechauns_? Wat zijn dat toch voor dingen?" vroeg Hedwig en de
heks hief dreigend haar stok op en zei verontwaardigd:
"Dingen! Durft gij het wagen de geduchte _leprechauns_ _dingen_ te
noemen? Hoor, gij lichtzinnige Germaansche en gij, kinderen van het
groene Erin, hoort, hoe ik in mijne _Geschiedenis der Leprechauns_, deze
machtige berggeesten beschreven heb ... maar geeft mij dan eerst een
stoel, want mijne stramme leden worden moe."
"O, hoor Bunny eens! Haar stramme leden!" riep Nesta, maar Boy zette
vlug een stoel bij het bestje neer en vroeg:
"En toen ... en toen?"
"Boy moet eigenlijk naar bed," zei Bridget.
"Laat deze zoon van Erin eerst nog een oogenblik naar mij luisteren,"
zei het oudje. En op plechtigen toon vervolgde ze:
"De _leprechauns_ zien er uit als allerverschrikkelijkst leelijke,
verschrompelde oude dwergen met heel groote neuzen en kleine, valsche,
gniepige oogen, die altijd schuin staan. Niettegenstaande hunne nietige
gestalten zijn de _leprechauns_ al uit de verte te herkennen aan de
roode buisjes, waarbij zij altijd kuitenbroeken en lage schoenen met
gespen dragen en aan de puntmutsen, waarmee zij hun borstelig haar
bedekken. De _leprechauns_ wonen in de bergen en in groote, holle boomen
en als de maan heel helder schijnt, vertoonen zij zich in hunne
Zondagskleeren--groene jagerbuizen en roode mutsen--en dansen, dansen,
dansen uren lang, tot het ochtendlicht begint te schijnen. Hunne groote
kracht ligt in die kleine, valsche, gniepige oogen"--hier kneep het
oudje de hare bijna geheel dicht en zette zoo'n dwaas gezicht dat allen
in lachen uitbarstten--"waarmee zij iemand betooveren kunnen, zooals ik
helaas betooverd ben! Maar wie de kracht bezit een _leprechaun_ strak
aan te kijken, twee minuten lang, zonder met zijn oogen te knippen of
ook maar een vin te verroeren, die komt niet onder de betoovering en
kan zakken vol goud van hem los krijgen, zooveel als hij er maar wenscht
te bezitten! Twee heele minuten doodstil te blijven staan, is echter een
verbazende toer en--als men maar even met de oogen knipt, of ook maar
het puntje van zijn pink beweegt, is het mis en verdwijnt de
_leprechaun_, zonder een enkel korreltje goud achter te laten...."
"En nu moeten Nesta en Boy ook verdwijnen," zei Bridget. "Het is al zóó
laat; ik durf niet eens te zeggen hoe laat!"
"Och, ik ben nog niets slaperig," zei Boy, zijne oogen heel groot
makend.
"Wacht, ik ga mee je naar bed brengen," riep Bunny met haar gewone stem
en nu riepen Boy en Nesta te gelijk uit: "Ja, ja, ja! Ga maar gauw mee,
heksje!" En het heksje liep mee, vroolijk met haar stok zwaaiend en
zingend dat de _leprechauns_ het van avond maar zonder haar moesten
stellen, er mocht dan van komen wat er wilde!
HOOFDSTUK X.
Nesta's Drift.
"Neen moeder, kennissen heb ik hier niet gemaakt," schreef Hedwig in
antwoord op een vraag van haar moeder, "maar dat gaat ook zoo
gemakkelijk niet, omdat wij vrij eenzaam wonen, nog een heel eindje van
Glengariff af en de vrienden van Mr. en Mrs. Balvourneen kunnen
moeielijk òòk de mijne wezen, want die ontmoet ik heel zelden, al hoor
en zie ik nogal eens fraaie equipages naar ons kasteel rijden; er komt
veel bezoek. De kinderen zijn bijna altijd bij Bridget en mij, een heel
enkele maal mogen zij eens beneden eten en dan doe ik dat ook, maar dan
zijn er geen gasten. Ik heb heusch geen conversatie noodig, moedertje;
er is afwisseling genoeg in mijn leven! Het is zóó iets anders dan op
Hill House en het is hier zoo prachtig mooi en zoo vol bloemen; soms is
de temperatuur mij wel eens wat al te zoel, niet "stevig" genoeg, maar
er moet wat wezen! Wat zal ik u een massa te vertellen hebben, als ik
|