free book ebook online reading
eBook Title
Een Heldin
Author Language Character Set
A.C. Kuiper Dutch ASCII


You are here --- [ Home / Author Index K / A.C. Kuiper / Een Heldin / Page #12 ]

bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen
stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's
en jong groen beladen, thuis te komen.

Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche
bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de
woorden:

"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een
oogenblikje voor mij over hebt."

Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt
elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er
klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig
trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel
moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:

"_Is_ er wat?"

Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar
netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."

Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging
zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:

"Nu?"

"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige
verdere inleiding.

"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is daar werk voor me?"

"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens
verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens
weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed
Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan
privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het
resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen,
het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."

"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou
ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog
geen of weinig lessen heb?"

"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed _home_, waar
je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin
van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij
je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een
genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld
voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel
aannemen?"

Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken
moet," zei ze eenvoudig.

"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of
tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het
geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de
directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar
kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de
andere lessen ook wel."

"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig.
"Er is maar een ding jammer bij...."

"En dat is?"

"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende
oogen.

"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp
afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen
vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit
Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt
logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in
ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe
Castle gaan zien; maar ga nu voor het avondeten een kwartiertje rusten,
want je bent weer een en al opgewondenheid."

Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd.
Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar
de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de
gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een
paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"

Het was of de zon nog nooit zoo mooi had geschenen als den volgenden
dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was
uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet
storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet
"_quite English_" was!

Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich
lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die
het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.

"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd
heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen
zij den ingang van Luscombe naderden.

[Illustration: Luscombe Castle bij Dawlish (Devonshire).]

"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zoo prachtig uit," zei
Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."

"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"

"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd
op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die
rustig naar de beide dames stond te kijken.

"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar
juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."

"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd
zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien,
niet waar?"

"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?"
antwoordde de man bereidvaardig.

"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit een mond en nu begon er een
liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De
man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst
in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de
meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en
ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames,
die achter hem liepen, waren het er--misschien wel wat heel
hoorbaar!--over eens dat hij: "_a very nice man indeed_" en "_quite
gentlemanly_" was.

Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:

"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons
gevraagd worden?"

De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij
met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal
worden."

"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten,"
zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.

Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in
zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te
volgen, "het kasteel stond voor haar open."

Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de
dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok
daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te
gehoorzamen.

Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een
breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine,
vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en
waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man
zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en--die niemand
anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!

Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen
bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het
deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik
"_a nice man_" en "_quite a gentleman_" was! Mag ik u nu eens aan mijne
vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire
natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar
vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"

Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes
de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze
verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd,
waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen
met de belofte nog eens terug te zullen komen voor haar vertrek.




HOOFDSTUK XIII.

Een rijk Leven.


Enkele dagen later regende en woei het vrij hard. In den haard der
zitkamer werd een vuurtje aangelegd en spoedig dansten de gele vlammen
vroolijk om een blok beukenhout. Dr. Hearty en Hedwig keken er naar,
terwijl zij Hedwig's aanstaanden werkkring te Manchester bespraken en
een circulaire opstelden, die Hedwig zou laten drukken en rond sturen en
waarin "_Fraeulein Hedwig Eiche from Hannover_"--Hedwig's geboorteplaats
lag in de provincie Hannover--hare diensten als onderwijzeres in het
Duitsch aanbood. "_Erg_ gelukkig dat je juist uit dat gedeelte van
Duitschland komt," zei Dr. Hearty, "dat is dadelijk hier in Engeland een
goede aanbeveling, omdat Hannoversch Duitsch als zoo mooi bekend staat."

Hedwig verheugde er zich ook over. Zij was in een bizonder opgewekte
stemming, die nog verhoogd werd door de gunstige berichten, haar
zooeven in een brief van haar moeder gezonden. Claerchen had het oude
plan om ook gouvernante te worden, opgegeven en was op weg om een flinke
huishoudster te worden. Zij ging iederen dag van 's ochtends tot 's
avonds naar een groot doktersgezin, waar zij als _Stuetze der Hausfrau_
werkzaam was. Zij had het er heel prettig en verdiende goed en haar
moeder had ook volop werk; zij hoopten nu langzamerhand zooveel te
besparen dat zij Hedwig eens konden komen bezoeken, als zij goed en wel
te Manchester gevestigd was!

Hedwig zelf bouwde ook allerlei luchtkasteelen en Dr. Hearty deed er
druk aan mee; zij meubelden reeds in gedachten een huisje, dat Hedwig
eenmaal bewonen zou, als zij met hare Duitsche lessen fortuin had
gemaakt. "Ik neem al vast geen schommelstoel, dat weet ik ten minste
wel," zei Hedwig lachend, terwijl zij naar hartelust heen en weer zat te
schommelen voor het vuur, "want daaraan ben ik hier veel te veel
verslaafd geraakt, maar in ieder geval...."

Wat zij in ieder geval al of niet doen zou, kwam niemand ooit te weten,
want juist op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt en kwam Dorothy
binnen met een briefje voor Dr. Hearty. "Van Luscombe Castle; er wordt
op antwoord gewacht," zei ze.

Hare oogen keken heel nieuwsgierig, terwijl Miss Hearty het briefje las,
maar zij bleef toch zwijgend wachten, evenals Hedwig, die onafgewend
naar Miss Hearty's gezicht zat te kijken en het "heerlijke schommelen"
thans geheel naliet. Dr. Hearty glimlachte even, toen zij het briefje
weer dichtvouwde, maar zij sprak geen enkel woord. Bedaard schreef zij
een antwoord en overhandigde dit aan Dorothy en eerst toen deze weer
verdwenen was, zei ze langzaam en als in gedachten:

"Dat is dus overmorgen...."

"Overmorgen? Wat is er overmorgen?" vroeg Hedwig snel.

"Gunst ja, ik had je waarlijk wel eerst mogen vragen of je er wel lust
in hadt; het spijt me dat ik daaraan niet gedacht heb. Nu, je kunt je
altijd nog bedenken."

"Lust in hadt! Maar waarin dan toch?" vroeg Hedwig ongeduldig. "Spreek
toch niet zoo in raadselen!"

"Ik zal duidelijk zijn als jij je kalm houden wilt," zei Dr. Hearty, die
er plezier in had haar te plagen.

"Maar ik ben zoo kalm als wat!"

"En je schommelt niet eens!"

"Alsof dat een bewijs van kalmte was!" riep Hedwig lachend uit. "Enfin,
ik ben al weer druk bezig. Kijk maar!"

Zij bracht den schommelstoel duchtig in beweging en keek de dokter
vragend aan.

"Er zal overmorgen een dineetje wezen op Luscombe Castle," zei Miss
Hearty, "en daar wil men ons graag bij hebben. Mijn vriendin uit
Manchester komt vandaag."

"Een dineetje! Hoe verrukkelijk!" riep Hedwig, opspringend uit haar
stoel. Toen opeens met een verslagen gezicht: "Maar ik heb geen enkele
japon, die daarvoor mooi genoeg is."

"Geen japon? Och kom...."

"Neen, wezenlijk niet. Die Iersche mousseline is totaal versleten en
verder heb ik weinig anders dan eenvoudige blouses en een paar donkere
japonnen."

"Ja, dat gaat niet, vooral nu niet, nu ik juist een beetje eer met je
moet inleggen. Mijn zijden japon kan ik je moeielijk leenen, die zal ik
zelf aan moeten trekken en buitendien...."

"Buitendien zouden mijn beenen er dan ook een heel eindje uitsteken,"
zei Hedwig, terwijl zij naast Miss Hearty ging staan en lachend op haar
neer zag. "Ik ben wel _iets_ grooter dan u!"

"Oneerbiedig kind! Maar hoe zullen wij raad schaffen? Dorothy zal ook
niets hebben. Zij is wel nogal groot voor haar leeftijd, maar toch nog
bijna geheel een kind...."

Daar kwam Dorothy--iets heel ongewoons voor haar--ongevraagd weer
binnen. "Ik dacht...." zei ze met een kleur, "u hebt mij toch niet
geroepen?"

"Neen Dorothy Dimbleby, wij hebben je niet geroepen," zei Miss Hearty,
de hand op haar schouder leggend, terwijl Dorothy nog dieper bloosde,
"maar je komt toch alsof je geroepen waart." En Miss Hearty vertelde
haar wat het geval was.

"Maar ik ben grooter dan Fraeulein Eiche, wel een half hoofd!" riep
Dorothy terstond uit. "En als zij mijn nieuw wit japonnetje aan wil
trekken, dan zal ik dat een heele eer vinden! Ik heb het nog maar
eenmaal gedragen op een danspartijtje dezen winter en het is volstrekt
niet kinderachtig gemaakt. Zal ik het gauw even halen? Dan kan Fraeulein
Eiche het dadelijk eens passen."

"_Heel_ graag, maar dan moet je eerst aan Mrs. Dimbleby vragen of die er
in 't geheel niets tegen zou hebben...."

"O, moeder vindt het wel goed, dat weet ik zeker!" riep Dorothy; hare
oogen tintelden van plezier. Zij was al bij de deur om weer weg te
snellen, toen Miss Hearty haar terugriep; Hedwig zat met een vroolijk
gezicht toe te kijken.

"Sta eens vlug op, Fraeulein Hedwig Eiche van Hannover," zei de dokter,
"en meet eens even met Dorothy of zij werkelijk de langste is."

"Ik ben grooter, ik weet het zeker; heusch!" riep Dorothy opgewonden.

Zij bleek inderdaad grooter dan Hedwig te zijn, al was het geen "half
hoofd" en triomfantelijk liep zij nu de kamer uit om haar japon te
halen.

"Alleraardigst om dadelijk met dat aanbod aan te komen," zei Hedwig.

"Ja, 't is een lief schepseltje! Als dat witte japonnetje jou nu maar
past en goed staat; je bent gelukkig niet dik! En ... er kan altijd wat
aan veranderd worden...."

"Daar ben ik al weer," riep Dorothy, hijgend de kamer inkomend met het
lichte kleedje over den arm. "Moeder vindt het uitstekend. Kijk!" En zij
hield de japon aan de mouwen in de hoogte om haar in al haar schoonheid
te laten zien.

"Hoe beeldig mooi!" zei Hedwig, bewonderend naar het neteldoeksch
japonnetje kijkend, dat smaakvol gegarneerd was en er met het geplooide
blouselijfje "volstrekt niet kinderachtig" uitzag, zooals Dorothy
nogmaals met ijver opmerkte.

"Wel jammer dat er niet een klein sleepje aan is," zei Dr. Hearty
peinzend.

"Een sleep? O, ik met een sleep!" riep Dorothy uit, in de handen
klappend. "En ik moet nog veertien worden! Maar moet Fraeulein Eiche nu
niet eens passen? En ... mag ik er dan bij blijven?"

"Natuurlijk," zeiden de beide dames als uit een mond.

In een paar minuten tijds had Hedwig nu, door Dorothy geholpen, het
aardige toiletje aangetrokken, dat haar tot aller vreugde, inderdaad
vrij goed paste; alleen konden de halfkorte mouwen en de, voor eene
volwassene jonge dame, beslist te korte rok niet blijven zooals zij
waren. "Ik heb nog een heel stuk van die kant, waarmee het lijfje
gegarneerd is; zal ik die even halen? Dan kan die misschien onder aan de
mouwen worden gezet," zei de bereidvaardige Dorothy, "en in den rok zijn
onder de strooken twee opnaaisels, dus die kan gemakkelijk langer worden
gemaakt." En meteen was zij alweer de kamer uit.

Ze kwam terug met de mooie kant en met haar werktaschje. "Mag ik het
doen?" vroeg ze gretig. "Mag ik die opnaaisels lostornen?"

"Wel zeker, heel graag," en Miss Hearty nam de mouwen onder handen,
Hedwig de eene helft van den rok en Dorothy de andere en onder gelach en
gepraat werd het werk verricht, terwijl de regen buiten tegen de ramen
kletterde en het vuur in den haard des te helderder vlamde. Mrs.
Dimbleby kwam ook even binnen om te vragen of zij ook helpen kon en
groot was de pret, toen ook Mr. Dimbleby aan de deur klopte en zijne
diensten kwam aanbieden!

Natuurlijk steeg Dorothy's opgewondene belangstelling ten top, toen de
gewichtige dag daar was en zij, tot haar innige trots, zelf de laatste
hand mocht leggen aan Hedwig's toilet, dat haar nu, dank zij de
aangebrachte veranderingen, werkelijk heel goed stond, al ontbrak nog
steeds de sleep! Miss Hearty zag er onberispelijk deftig uit in zware,
grijze zijde en toen het rijtuig met haar en Hedwig wegreed, keek de
geheele familie Dimbleby het na, als kon zij zich daardoor eenigszins
een voorstelling maken van het genot, dat op Luscombe Castle zou worden
gesmaakt.

Dorothy mocht dien avond langer opblijven dan gewoonlijk om op den
terugkeer der beide dames te wachten en zoodra zij het rijtuig meende te
hooren aankomen, snelde zij naar buiten. Even stond zij bewonderend te
kijken naar de sterren, die zich in de diepblauwe zee weerkaatsten, toen
keek zij verlangend uit naar het naderende rijtuig.

Toen het al dichter en dichter bij kwam, viel het haar op dat zij geen
handen zag wuiven door de geopende raampjes; zij had toch beslist gezegd
dat zij hier zou staan wachten! Snel liep zij een eind den weg op. Het
was het rijtuig toch wel?

Ja, daar zag zij duidelijk het gezicht van Miss Hearty, dat haar
vriendelijk toeknikte. Hedwig zat naast haar, maar keek niet naar
buiten; zij hield het hoofd voorover gebogen. Dorothy kon nu ook zien
dat zij een grooten bos varens en grassen in de hand hield. Maar waarom
keek zij toch niet op?

Op een drafje liep Dorothy naar het rijtuig toe; haar lang, blond haar
wapperde in den avondwind. Zij riep den koetsier toe dat zij het portier
wel open zou doen en keek Dr. Hearty vragend aan, toen deze haar goeden
avond zeide. Hedwig volgde zwijgend en het rijtuig reed weg.

"Wat prachtige varens!" riep Dorothy uit. "Zijn die uit Luscombe Park?"

"Ja," klonk het zacht. Een oogenblik was alles stil, toen riep Hedwig,
terwijl zij voor Dorothy staan ging:

"O Dorothy, het spijt me zoo vreeselijk, maar ik vrees dat je japon voor
goed bedorven is!"

"Bedorven?" stamelde Dorothy en haar gezicht betrok.

"Het is nog op het allerlaatst gebeurd," zei Hedwig. "Ik had er
werkelijk zoo goed opgepast en was er zoo trotsch op dat ik er zoo
keurig uitzag en het was zoo'n heerlijke avond! Maar ik was al te goede
maatjes geworden met een van de aardige, jonge hondjes op Luscombe en
toen wij afscheid hadden genomen en naar het rijtuig liepen, holde hij
ons door het park na, sprong om mij heen en beet opeens uit louter
speelschheid een groot gat in de japon. Ik hoorde wel even iets scheuren
en hoopte dat het maar een torntje was; eerst in het rijtuig zag ik hoe
leelijk de scheur was. Kijk! Ach, het spijt mij veel meer dan ik je
zeggen kan."

Zij gingen het huis in en bekeken de japon bij het ganglicht. Het
dartele hondje had zijn scherpe tandjes wel krachtig in het neteldoek
gezet; er was een leelijke scheeve scheur, dwars in den rok, boven de
strooken.

"Het is wel een beetje jammer," zei Dorothy met een aardige poging om de
zaak luchtig op te vatten, "maar eigenlijk kan niemand het helpen."

"Willen de dames niet liever naar boven gaan?" klonk nu de stem van Mr.
Dimbleby boven aan de trap. "Mijn vrouw heeft nog wat thee en
beschuitjes klaar gezet."

"Wij komen," riep Dr. Hearty terug en allen gingen naar boven, waar Mr.
en Mrs. Dimbleby verlangend stonden te wachten om iets van het dineetje
op Luscombe Castle te hooren. Terstond stond Dorothy naast haar moeder
en fluisterde haar in:

"Zeg als 't je blieft dat het niet erg is, dat het heelemaal niets is!"

"Wat kindje?"

"Ja, Mrs. Dimbleby, het is wel erg," zei Hedwig, die Dorothy's woorden
opgevangen had, "en het spijt mij zoo vreeselijk...."

Dr. Hearty bracht de verbijsterde Mrs. Dimbleby op de hoogte en nu
volgde er een bekijken en vragen en passen en beraadslagen van belang,
waarbij Dorothy op den arm van haar vader geleund, lachend toeluisterde.
Zij knikte opgeruimd, toen hij zeide: "Als dat japonnetje niet meer
deugt, zullen wij er toch maar niet te veel om treuren, vindt je wel?
Gelukkig dat Fraeulein Eiche zelf niet gewond is!"

"Ja, en ik ben toch blij dat Fraeulein Eiche iets van mij gedragen
heeft," zei Dorothy met vuur.

"Maar nu moet Fraeulein Eiche zelf nog eens even wat zeggen," zei Hedwig
nu met luider stem. "Allereerst...." en zij ging naar Dorothy toe en gaf
haar een kus. "Je hebt je zoo goed gehouden, daar moet ik je even voor
bedanken. Ik kan onmogelijk zeggen dat ik wou dat wij maar niet naar
Luscombe Castle gegaan waren, want ik heb zooveel plezier gehad dat ik
heelemaal niet kan uitdrukken hoeveel.... Alles was even prettig en
iedereen was even vriendelijk voor me, Dr. Hearty's vriendin uit
Manchester niet het minst! Maar over het diner zal Dr. Hearty straks nog
wel willen vertellen; _ik_ wou nu zeggen dat Dorothy mij stellig beloven
moet dat zij, zoodra dat kan, eens bij mij in Manchester komt logeeren
en daar dan een nieuw japonnetje...."

"Neen, neen, neen!" viel Dorothy in. "Ik wil dolgraag eens bij u komen
logeeren, maar een nieuwe japon wil ik niet hebben, nooit!"

"Zoo? Ik ben blij dat ik je dat hoor zeggen," zei Dorothy's vader
lachend. "Dat komt goedkoop voor mij uit!"

"O, van _u_ wel," zei Dorothy dadelijk en zij trok haar vader aan zijn
baard en begon met hem te stoeien en het was een gelach en een pret van
belang--een geheel ander tooneeltje dan Hedwig zich een uur geleden
voorgesteld had te zullen zien!

Met een verlicht hart bond zij de mooie varens en grassen van Luscombe
bij elkaar; die wilde zij drogen en over eenige dagen mee naar
Manchester nemen en als een herinnering aan een "volmaakt prettigen
avond", op haar kamer in het _home_ aan den muur hangen. Dr. Hearty's
vriendin had haar allerlei inlichtingen omtrent Manchester gegeven en
ook namen opgeschreven van families, die, naar zij stellig meende te
weten, goed Duitsch onderricht voor hunne kinderen zochten en Hedwig
verlangde thans weer aan het werk te komen, al wist zij dat het haar
niet licht zou vallen afscheid te nemen van Devonshire en de Dimbleby's
en ... van Dr. Hearty!

Toen het eindelijk zoo ver was, toen zij op een mooien Meiochtend het
gezin Dimbleby vaarwel hadden gezegd en weer in den trein zaten om, na
enkele uren samen gespoord te hebben, elkaar Gods zegen toe te wenschen
en verschillende richtingen uit te gaan, de dokter naar Londen en Hedwig
naar Manchester--toen hield Hedwig zich goed! Verkwikt door hare
heerlijke vacantie, met nieuwen moed bezield, vol hoop op de toekomst,
kwam zij te Manchester aan.

Reeds om de stad heen was het rookerig en somber, niet het minst in
Hedwig's oogen, thans verwend aan de heldere, frissche tinten en geuren
van het bekoorlijke Devonshire en terwijl zij het perron overliep, stak
zij even haar gezicht in den ruiker grassen en varens, die zij niet in
den koffer had willen pakken,--uit vrees dat zij zouden bederven,--maar
in de hand met zich meedroeg. Toen zij het met den koetsier van een
vigilante eens was geworden over den prijs, zette zij haar taschje even
op den grond en legde er de varens bovenop, om een oogenblik al haar
aandacht te schenken aan haar koffer, die met horten en stooten op het
imperiaal werd gezet. Hoe groot was echter haar ontsteltenis en--ook
haar lachlust!---toen zij, zich omkeerend om haar taschje en bouquet
weer op te nemen, ontdekte dat het paard bezig was met zichtbaar
welgevallen de nog sappige varens en grassen op te peuzelen, waarvan
thans nog maar enkele, half afgebeten exemplaren over waren! Die liet
Hedwig liggen; het was te treurig om zulke overblijfselen van vervallen
grootheid als herinnering aan den onvergetelijken avond op Luscombe
Castle te bewaren! Hoofdschuddend ging zij de vigilante in.

Zij werd in het _home_ met groote vriendelijkheid ontvangen en kreeg een
eenvoudige, nette kamer, waar zij tot haar verrassing een kom vol gele
primula's zag staan--een geschenk van Dr. Hearty, zooals de directrice
haar vertelde--en, ook zeer tot haar blijdschap, een briefje vond liggen
van een dame, die haar circulaire ontvangen had en haar den volgenden
dag over lessen wenschte te spreken....

[Illustration: Sneeuwwitje en de prins.]
[Illustration: De zeven dwergen.]

Zoo begon het leven van Hedwig Eiche in het groote Manchester, dat haar
thans--na vele, vele jaren van hard en energiek werken--zoo lief
geworden is dat zij er met warme ingenomenheid van getuigen kan: "Ik zou
nergens anders willen wonen!"

En wat zal ik hier nu nog bijvoegen? Alleen over de meisjesjaren van
Hedwig Eiche heb ik willen spreken; wenschte ik ook nog haar zeer
merkwaardig leven in Manchester te schetsen, het zou te veel worden.

De lessen kwamen, langzaam in het begin, toen sneller en steeds in
grooter getale, omdat het meer en meer als een voorrecht begon beschouwd
te worden Duitsch onderwijs te krijgen van Fraeulein Eiche van Hannover,
die door haar opgewekte en interessante wijze van les geven, ook in de
Duitsche letterkunde, naam maakte en de harten won.

Daarbij was zij ook buiten de lesuren vaak bezig voor hare leerlingen;
menig mooi tableau of aardige tooneelvoorstelling, voor een of ander
schoolfeest in orde gemaakt, bewezen dit. Dikwijls nam--en neemt!--zij
voor dit doel een bekend sprookje, dramatiseerde dit en was niet alleen
de raadsvrouw der meisjes bij het instudeeren en bij de repetities, maar
wist ook, door middel van haar vroolijke fantazie en vlugge vingers,
aanwijzigingen en hulp te verleenen voor ieder kostuum en voor iedere
tooneeldecoratie. Zoo werden bij een voorstelling van Sneeuwwitje de
tekst, de kleeding en de rolverdeeling geheel door haar gemaakt en
geregeld en wist zij het publiek--het feest had plaats in de groote
gymnastiekzaal van een meisjesschool--in verrukking te brengen door den
door haar vervaardigden prachtigen troon, die, saamgesteld uit oude
kisten, een hoeveelheid rood satinet en goudpapier, een werkelijk
schitterenden indruk maakte en het koninklijk paleis in Sneeuwwitje zeer
goed kleedde!

Zeker zal zij bij dergelijke gelegenheden nog wel eens gedacht hebben
aan Tieka von Zerclaere en aan de fraaie voorstelling van Crusoe en
Vrijdag, zoo wreed door Tieka's moeder verstoord!

Of na den zonnigen, gelukkigen tijd in Devonshire haar leven verder
zonnig bleef? Verre van dien. Een rijk leven was het en een leven vol
afwisseling, maar een gemakkelijk en onbezorgd leven werd het nooit
en--zou met Hedwig Eiche's karakter ook weinig in overeenstemming zijn
geweest. "Niet te veel zoetigheid, dat bederft de maag," kon zij met
groote opgewektheid zeggen, als hare vrienden verontwaardigd waren,
wanneer zij te kampen had met stugge leerlingen, met het--toen vooral
heerschend--echt Engelsche vooroordeel tegenover een "_foreigner_", met
veeleischende ouders of een ongehoord lompe bejegening, die ook haar
zelden gespaard bleef. Haar stoere werkkracht, haar warme liefde voor
haar werk, haar eigenaardige humor, haar krachtig geloof in Gods trouwe
liefde, hielden haar staande, waar zwakkere karakters zouden zijn
bezweken.

--Welk een triomf was het, toen werkelijk de dag daar was, waarop zij
het wagen dorst het _home_ te verlaten en een huisje te huren, dat zij
naar haar eigen smaak kon inrichten en waar haar moeder en Claerchen, Dr.
Hearty en Dorothy Dimbleby, Mrs. Rowley uit Chester en vele, vele
anderen, haar kwamen bezoeken en zich gelukkig voelden! Wat werd menige
eenzame Duitsche gouvernante en kinderjuffrouw in de vriendelijke
kamers, waar het nooit aan bloemen ontbrak--hartelijk welkom geheeten en
getroost en bemoedigd en wat drong Fraeulein Eiche er sterk op aan dat
zij toch altijd weer zouden komen, iederen Zondag maar, als zij vrij
waren en geen andere uitnoodiging hadden. En hoe breidde dat Duitsche
kringetje in het groote Manchester zich uit en hoe verwonderde men er
zich dikwijls over dat Hedwig Eiche bij alles wat zij deed, toch steeds
nog tijd scheen te kunnen vinden voor meer!

Nagenoeg al wat Duitsch en arm was of anders hulp noodig had in
Manchester, leerde haar kennen en liefhebben tot de gebrekkige, oude
Duitsche vrouw toe, die iederen Zaterdag gretig naar haar bezoekje
uitzag, omdat zij dan grappige, vroolijke dingen te hooren kreeg, die
haar lachen deden met dien kinderlijk blijden lach, die bij oude,
zwakke menschen zoo aangrijpend treffen kan. Hoe helder glinsterden--en
hoe glinsteren nog ieder jaar--om Kersttijd de lichten van de
kerstboomen door Hedwig Eiche voor hare vele Duitsche vrienden
aangestoken en welk een verkwikkende glans straalt er af van het leven
van een moedig werkende, onzelfzuchtige vrouw, die ook buiten haar
werkkring om, helpt en zorgt en gezonde vroolijkheid brengt, waar zij
maar kan en die, de groote lasten dapper dragend, van de ontelbare,
kleine verdrietelijkheden des levens lachend zegt dat zij onmisbaar zijn
en zeer heilzaam en gewaardeerd moeten worden, "omdat zij ons leeren
flink bij de pinken te zijn en niet droomerig en lui onzen weg te gaan."




NOTEN:


[Noot 1: fl. 180.]

[Noot 2: Filippensen 4:7.]

[Noot 3: _Die heilige Nacht_. Dichter Josef Mohr (1818). Melodie van
Franz Gruber (1818).]

[Noot 4: Zooals bekend is, kocht Scott in 1811 een stuk land bij
Melrose, waarop hij Abbotsford stichtte, om het daarna nagenoeg ieder
jaar te verfraaien en te vergrooten, tot het langzamerhand het prachtige
kasteel werd, dat men thans nog bewonderen kan.]

[Noot 5: Filippensen 4:6.]

[Noot 6:
O, lijken de dagen niet saai en lang,
Als alles maar lukt en niets gaat verkeerd?
En is uw leven niet ontzettend eentonig,
Als er niets is om over te morren?
]

[Noot 7: Gods Voorzienigheid is mijn Erfenis.]

[Noot 8: Spreuken 14:27. De vreeze des Heeren is eene springader des
levens.]

[Noot 9: Iersch wagentje met twee banken rug aan rug en een bankje
voor den koetsier.]

[Noot 10: Iersch klaver, nationaal zinnebeeld van Ierland.]

[Noot 11: De _banshee_ is een soort geestverschijning, die, naar
vele Ieren vast gelooven, telkens een bepaald gezin vervolgt en soms in
den nacht onder een der ramen van het huis haar klaaglied zingt, om een
of ander lid van het gezin te waarschuwen dat zijn dood nabij is.]

[Noot 12: _leprechaun_, Iersche naam voor dwergen.]

[Noot 13: Aurora Leigh. Vertaling Hel. Mercier.]

[Noot 14: Gedichtje van Julie Hausmann op de bekende melodie van Fr.
Silcher.]
    
END OF BOOK

<<Page 11   |   Page 12
Go to Page Index for Een Heldin

You are here --- [ Home / Author Index K / A.C. Kuiper / Een Heldin / Page #12 ]