free book ebook online reading
eBook Title
Op reis en thuis
Author Language Character Set
Justus van Maurik, jr. Dutch ISO-8859-1


You are here --- [ Home / Author Index J / Justus van Maurik, jr. / Op reis en thuis / Page #12 ]

mogendste vader, wat 'n boffert! Ze hebben mijn hier al verteld, dat 't
debiet van z'n boeken zoo'n beetje begon af te nemen en nou maakt ie me
ineens zoo'n reuzen-reclame, dat's voor Van Houten om van te
kwijlen--wat 'n gladde jongen is die Zola, ik wou dat ik hem en dat hij
ikke was, nou!...

--"En wat dunkt u, zou Zola zijn zin krijgen, zou er van 't proces
Dreyfus een revisie komen?"

--Wat Zola _wil_ krijgt ie gedaan, meneer--hij en Mr. Labori bennen de
duivel te goochem af. Je begrijpt, nou heeft ie zich hier te Versailles
onontvankelijk laten verklaren en nou komt ie opnieuw voor Parijs; die
Labori is niet van gisteren--ze maken hem daar weer niemendal, en als
dan zijn proces voorgoed is afgehandeld, begint de zaak Dreyfus eerst
goed. Dan zal de rechtvaardigheid d'r eerst heelemaal uitkomen, want 't
Opperwezen zal niet langer gedoogen dat er een van zijn volk zóó wordt
behandeld; dat denken hier al de joden, dat wil zeggen: de arme; de
rijke doen veelal alsof ze met de heele boel niet te maken willen
hebben, die schamen zich soms dat ze van Gods volk zijn, wij niet. Wij,
schlemiels, wij zeggen: God is rechtvaardig, en Dreyfus komt los. Binnen
't jaar is ie van 't eiland af en bij zijn vrouw en kindertjes.

--Maar als hij nu vóór dien tijd sterft? Hij is immers lijdend.

--Wat lijdend? Waarvoor, waarom zou hij sterven? Leven moet ie, om de
waarheid te doen uitblinken als 't zonnelicht. Hij komt er uit zeg ik
je. Voorwat zou ie sterven? Versche lucht heeft ie genoeg, te doen heeft
ie niks, eten en drinken zooveel ie lust, en zijn vrouw stuurt hem alle
maanden vijfhonderd francs.

--Wat moet hij met dat geld doen op 't Duivelseiland?

--Nah! geld is toch geld!--Mijnheer Negotiant haalde met een
eigenaardige snelle beweging beide schouders op en lachte.--Als je 't
bewaart heb je wat, en heb je 't niet dan ben je heelemaal gesjochte.

--Maar daar is niets te krijgen.

--Och wat, d'r is alles te krijgen, maar schreeuwend duur,

--Maar de eenzaamheid, het verdriet, 't verlangen naar zijn familie?

Hij krabde zich even achter het oor en zei:--Ja 't is een naar geval
voor zijn heele familie, hij prisonnier weet je en de familie voornaam!
Ze hebben moos genoeg, zijn vader de rijkste mensch van den Elsas, zijn
broer Matthieu staat voor geen millioen of wat op en toch konden ze niks
voor hem doen. Die vuile jodenhaters staan te hoog in de wereld; ze
kunnen d'r niet bij en die smerige presse helpt ze, d'r is maar één
fatsoenlijke krant in Frankrijk--dat's de Aurora, die lees ik, daar heb
ik m'n laatste sou voor over de Aurora zeit ook, dat Dreyfus d'r uit
komt, eer 't jaar om is--en de Aurora is het eenige blad dat de waarheid
spreekt. Nou heb ik zoo met m'n domme verstand gedacht, als Dreyfus d'r
uit komt, zal hij zijn mond niet houden, hij zal spreken en vertellen
wat ie weet en juist omdat ie te veel weet hebben ze 'm op dat eiland
geplakt. Hoe moet dat nou rond loopen?

--Hoort u wel eens in café's of magazijnen, waar u kom over die zaak
spreken?

--Weinig! de menschen binnen d'r beu van geworden--de een zeit: laat
Dreyfus maar zitten, d'r is geen negotie als d'r zooveel te koop is in
de kranten, een ander zeit: wat gaat mij Zola an--, 'k heb nog nooit een
cent aan hem verdiend en een derde moppert: Als ze in mijn café over
Zola en Dreyfus beginnen, trampeneeren ze m'n boel. Ze maken d'r eigen
over die zaak zóó warm die Franschen, dat ze soms den cabaretier z'n
heele boutique kapot slaan. Een van m'n klantjes die ik al jaren bedien,
zei me laatst nog:--Monsieur Negotiant, zei die--ik heb veel minder
brillen en pince-nez verkocht dan verleden jaar, omdat ik Simon heet en
ze me voor een jood houwen--'k wou dat ze monsieur Zola bij Dreyfus
stopten en dat de zaken wat vlotter marcheerden, voilá!

Ik heb niet te klagen gehad, 'k verdien m'n broodje, maar al ben ik een
oud man, ik weet ook _hoe_ je zaken moet doen. Verleden Zondag met de
grand-prix heb ik nog zeven kijkers verkocht! 'n Goeie dag gehad en als
d'r maar meer Amerikaanders waren--ze blijven weg door de oorlog--zou ik
nog meer verkoopen. Dat bennen roijale lui, die dingen niet af; ik ken
ze an d'r uiterlijk; ze hebben allemaal zoowat eigenaardigs, en bij
enkelen liggen de dollars 'n duim dik op d'r gezicht. Och! Och! wat 'n
menschen van geld!--ik vraag ze nooit francs--en ik spreek ze aan in d'r
eigen taal, dat flatteert ze, weet je?

Want to buy a beautiful glass, sir? zeg ik.

Als ze dan kijken en vragen: how much? bennen ze mijn hoor je. Dan zeg
ik: ten dollars of twelve dollars, of wat me zoo in den kop komt en ik
kijk ze erg vriendelijk an, daar kunnen vooral de Amerikaander dames
niet tegen--dan koopen ze en ik steek de dollars op met: God bless
you--verslijt 'm in gezondheid!

Zie ik een Duitsche mof, dan vraag ik Marken--daar zit ook altijd nog
een masseltje in den prijs--een mark is toch ruim één franc twintig.

--En wat vraag je aan Russen?

--'k Spreek geen Russisch, die behandel ik als de amis de la nation; 'k
vraag maar 4 francs meer dan aan een Franschman, omdat derlui natie
zooveel grooter is.

Mijnheer Negotiant knipte herhaaldelijk guitig met zijn eene oog en liet
er dadelijk op volgen: Brazilianen bennen ook goeie koopers, die ken ik
an d'r bruine gezichten en de groote diamanten, die ze dragen. Spanjolen
zag je hier vroeger veel, maar daar zit geen zegen an, die hebben mooie
namen en trotsche manieren, maar weinig centen en tegenwoordig blijven
ze ook al weg om den oorlog.

--En de Hollanders?

--Mijn landslui? Dat bennen beste menschen, maar ze hebben allemaal
kijkers t'huis zeggen ze. O ja! dat's waar ook, hoe heet de burgemeester
van Amsterdam ook weer?

--Vening Meinesz.

--Neen die was 't niet! Wie was er voor hem?

--Mr. van Tienhoven.

--Die was 't ook niet, jelui heb toch nog meer burgemeesters gehad niet
waar?

--Zeker! Den Tex, Van Vollenhoven, Fock.

Neen! 't was een naam zoowat tusschen Den Tex en Vollenhoven in, enfin!
dat doet er niet toe, maar 'k ontmoette hem een jaar of wat geleden ook
bij de courses. Hij zat met z'n dochter in een rijtuig, ik hoorde
toevallig dat hij de Burgemeester van Amsterdam was, ik naar hem
toe:--Bonjour meneer de Burgemeester, zei ik, hoe gaat het, familie ook
wel? 'k Zag aan den man z'n gezicht, dat hij blij was een compatriot te
ontmoeten, hij keek me zoo aán. Negotiant trok een allergrappigst
gezicht--heel vriendelijk weet je? Ik liet hem een jumelle zien, precies
't broêrtje van dezen--neem maar gerust in je handjes Mevrouw. 't Is een
fijne achromatische kijker. Burgemeester, zeg ik, bederf je dochters
oogen niet langer met dat lor dat zij daar in de handen heeft.--De man
keek me dankbaar an, ging over z'n zak, gaf me een Louis en z'n dochter
de jumelle--en ze hadden er wel zes thuis! 'n Fijn man, hè? Ja, die
burgemeester, die had nog wat over voor 'n landsman.

--Heel aardig gevonden koopman, maar we loopen er niet in, hoor!

--Nou! loop er dan uit voor mijn part meneer--maar ik ben toch blij, dat
ik weer eens Hollandsch heb kunnen spreken en voor je glas bier en je
sigaartje--'t is bijna op--blijf ik je dankbaar, evenwel je bent tegen
je zelf, want in Holland maken ze zulke kijkers niet, maar enfin je wil
nou eenmaal geen goed gedaan wezen.--Welzeker meneer, assieblieft met
genoegen.

--Hè, wat bedoel je?

--O, excuseer, ik dacht als dat u vroeg of ik nòg zoo'n sigaartje wou.

--Ha, ha, ha! Ziedaar ouwe heer!

--Merci! 'k Zal eerst dit eindje heelemaal oprooken, ze bennen fijn,
zeker Havana--hij stak de sigaar in zijn zak en vroeg:

--Blijft u nog lang te Parijs?

--Nog een dag of zes.

--En gaat u dan weer naar Amsterdam?

--Natuurlijk!

--Doe me dan pleizier en zeg de Jodenbreestraat van me goeiendag. 'k Ben
d'r groot geworden, vatje? 't Is mijn geboortegrond, daar blijft een
mens altijd wat voor voelen. Is die groote winkel van De Vries van
Buuren d'r nog?

--Zeker!

Schuins d'r over kocht ik altijd mijn sigaren in een klein winkeltje
lekkere zware Seedleaf sigaren, de man die ze maakte was een klein, dik
kereltje met een groot hoofd, "klein Duimpje" noemden we hem. En bestaat
die koekbakkerij van Frankfort nog?

--Bij de Hoogstraat?

--Dezelfde. Man! wat een overheerlijke boterkoek bakken ze daar. 'k Kan
d'r naar verlangen, en gemberkoek en mangelenkoek en kaakies! Laat ze
nou zeggen wat ze zeggen willen, meneer, tegen die dingen kunnen de
Fransche patissiers niet aan. Zij gebruiken die goeie, koschere boter
niet zooals bij ons en niet zulke fijne ingrédienten ... en zie je op de
Breestraat nog zooveel wagens met zuur en schelvisch en van die emmers
lever? Manlief, ik wou dat ik die schelvischlever hier had, dat is een
eten, nou! Zijn oogen glinsterden. Daar weten ze hier niet van. Ja
Frankrijk is een best land, maar boter, zuur en visch hebben ze een boel
beter in Holland.

--Mesdames! Mijnheer Negotiant stond op, maakte een sierlijke buiging,
pakte zijn jumelles en pince-nez bij elkaar en zei: Mesdames, Messieurs!
j'ai l'honneur de vous saluer--ik ga naar de kazerne. Daar zal ik
vanavond nog wel een paar van die jonge snuiters vinden die een monocle
noodig hebben, Charmé d'avoir fait votre connaissance wel thuis en de
complimenten aan de Breestraat!

Nog even keerde hij zich om, toen hij pas of tien van ons verwijderd
was, hield de paêrlemoeren jumelle even voor de oogen, en maakte toen
een vragend gebaar met het hoofd en beide handen.

--Wij schudden "neen."

Negotiant haalde met een medelijdend lachje de schouders op en verdween
in de richting der kazerne.
    
END OF BOOK

<<Page 11   |   Page 12
Go to Page Index for Op reis en thuis

You are here --- [ Home / Author Index J / Justus van Maurik, jr. / Op reis en thuis / Page #12 ]